I. Eigenlijk is het een wonder!

Wat is er dan precies een wonder?

Naar mijn idee is het als het ware een wonder als je in de koudere periode van het visjaar, en dan bedoel ik grofweg de periode begin/halverwege november t/m halverwege maart, met shads al verticalend of diagonalend nog enkele snoekbaarzen weet te vangen op een qua snoekbaarsstand niet boven gemiddeld viswater.

Allereerst wordt in deze periode van het visjaar de shadkeuze en het juist bewegen/niet bewegen ervan veel belangrijker dan in de rest van het visjaar. In de warmere (zomerperiode) is het diagonaal kilometers maken met één of andere zwemshad - natuurlijk wel op de juiste plaatsen - veelal voldoende om enkele of meerdere snoekbaarzen op het droge te krijgen. Daarnaast krijgt de hengel een veel meer doorslaggevende betekenis omdat je vaak op dieper water vist en de aanbeten veelal voorzichtiger en dus minder of bijna niet voelbaar zijn. Ook bij de vaak minuscule bewegingen die je de shad mee moet geven ben je in het voordeel met bepaalde type hengels.

Toch kan het ook nog fout gaan als je het in de voorgaande alinea genoemde allemaal goed meent voor elkaar te hebben. Een andere visser die op hetzelfde water als jou vist gebruikt een bruine Fin-s van 5 inch, je had hem immers getipt dat daarmee de laatste visdagen goed gevangen was op dat water. Zelf vis je natuurlijk ook met deze shad en je gebruikt toevallig ook nog precies dezelfde hengel, loodtype en loodgewicht. Qua bewegen en terugzetten van de shad doe je ook globaal hetzelfde als die visser en ook nog op grofweg dezelfde plaatsen, toch vangt hij vis en blijf jij met lege handen staan. Na deze visdag die je vast zal ervaren als een dag waarop je gefaald hebt ga je nadenken over het waarom. De eerste mogelijkheid die je ziet waarom de andere visser wel gevangen heeft en jij niet is dat de andere visser de aanbeten wel voelde en jij niet. Onmogelijk is dit natuurlijk niet maar vooral bij meerdere aanbeten zou je er dan toch wel eens een enkele gehaakt hebben zonder een aanbeet gevoeld te hebben. Meer aannemelijk is het echter dat het gelegen heeft aan de jighead en dan niet aan de vorm of het gewicht die immers identiek waren aan die van de andere visser. Nee, de lengte van de haak van de jighead zou het niet vangen veroorzaakt kunnen hebben. Met name bij de Fin-s kan enkele centimeters meer haak in de shad al zorgen voor een veel andere/pittigere en meer vinnige actie van de shad bij dezelfde beweging.

Waren dit maar de enige obstakels, maar ook het (veel) minder actief zijn van de vissen en het daardoor ook vaak niet zichtbaar zijn van de vissen op de visvinder maakt het er niet gemakkelijker op. Tenslotte zijn er nogal wat snoekbaarsvissers die in deze periode liever bij de warme kachel zitten of hun partner "lastigvallen", hierdoor ben je vaak op jezelf aangewezen en kun je de kunst of de stekken niet afzien van een ander.

Natuurlijk is het niet mijn bedoeling om nog meer snoekbaarsvissers naar de kachel of hun partner te jagen. Wel probeer ik aan te geven dat het in deze periode zeker niet gemakkelijk is om op een niet overdreven met snoekbaars bezet water nog enkele exemplaren te vangen met shads. 

 

Terug naar het hoofdstuk kunstaas!

Terug naar de inhoudspagina!