E. Het verlagen van de meeneemlimieten, de redding voor de snoekbaars(visserij)?
"De hand in eigen boezem steken" is een momenteel veel gehoorde kreet die gebruikt wordt om het aannemelijk te doen laten lijken, dat het verlagen van de meeneemlimieten voor snoekbaars wel eens de redding voor de snoekbaars(visserij) zou kunnen betekenen. Ook in de diverse visbladen wordt er veelal in die richting geschreven, wij als sportvissers dienen ook ons steentje bij te dragen en niet alleen beroepsvissers en stropers dienen, qua meenemen van snoekbaars, meer aan banden te worden gelegd.
Even ter verduidelijking de meeneemlimieten zijn momenteel in Nederland grofweg als volgt verdeeld: De meeste federaties hebben voor snoekbaars een meeneemlimiet van 2 snoekbaarzen (groter dan 42 cm) p/p per visdag ingesteld, bij een enkele federatie is de limiet 3 snoekbaarzen en de federaties Friesland en Groningen/Drenthe hebben een limiet van 5 snoekbaarzen. Overigens zijn deze meeneemlimieten veelal de laatste tientallen jaren her en der al meerdere keren verlaagd. Helaas heb ik keer op keer moeten constateren dat de meeneemlimieten, voor zover mij bekend, nog nooit ergens op gebaseerd zijn geweest. Gevoelsmatig wordt verondersteld dat het wel eens goed voor de snoekbaarsstand zou kunnen zijn als er door sportvissers minder snoekbaarzen worden meegenomen. Een vangstenregistratie - zoals in Friesland dit jaar opgezet lijkt een goede start om t.z.t. in ieder geval met cijfers te kunnen komen aangaande werkelijke snoekbaarsbestanden en de werkelijke gevolgen die onttrekking door beroepsvissers, stropers en sportvissers zou kunnen hebben.
Door een volgens mij echter nog veel belangrijkere ontwikkeling (de KaderRichtlijnenWater) die de snoekbaarsstand negatief aan het beïnvloeden is, vraag ik me af of er zelfs met cijfers ooit wel een duidelijk beeld van de snoekbaarsstand en haar bepalende factoren, zal kunnen ontstaan. Duidelijk is voor mij in ieder geval dat het momenteel niet de diverse vissende partijen zijn die de hoofdoorzaak zijn van de achteruitgang van de snoekbaarsstand. De KRW, waarbij er gestreefd wordt naar als maar helderder water en meer biodiversiteit, zal gaan zorgen voor: 1. Veel minder voedingsstoffen voor de vissen in ons viswater 2. Een (door onderzoek inmiddels aangetoond) sterke daling van de totale biomassa aan vis in ons viswater (tot zelfs maar 25% of minder van de biomassa bij de start) 3. Het terugkomen van "Voorn-Snoek viswater" i.p.v. "Snoekbaars-Brasem viswater" 4. Een grotere biodiversiteit, dus meer soorten vis maar o.a. ook andere dieren in ons viswater. Wat zal het bovenstaande gaan betekenen voor de snoekbaarsstand de komende jaren? Niet alleen zal deze sterk gaan dalen i.v.m. de te verwachten daling van de biomassa, maar tegelijkertijd komen er ook steeds meer en meer snoeken en andere vissen/dieren die een gedeelte van de totale biomassa onder water in beslag zullen gaan nemen. Was het grofweg in de jaren 1975-1985 nog heel gewoon om uit te gaan van een snoekbaarsbezetting van in meerdere gevallen zelfs ruim 40 kg per hectare viswater, de laatste jaren zijn we op nogal wat viswater blij met de destijds gestelde minimum bezetting van 20 kg per hectare viswater. Het zou voor mij dan ook niet als een verrassing komen als de snoekbaarsstand op diverse wateren in de toekomst zal gaan dalen richting de 10 kg per hectare viswater of zelfs nog lager.
Uitgaande van de bovenstaande gevolgen van de KRW en het feit dat de KRW een gelopen koers is en bijsturing hooguit marginaal nog mogelijk zal zijn, lijkt mij een verlaging van de meeneemlimieten (van snoekbaars) door sportvissers een storm in een glas water. De situatie die wel eens zou kunnen ontstaan is die waarbij op veel viswater de wal het schip zal gaan keren. Sportvissers zullen domweg veelvuldig geconfronteerd worden met slechte snoekbaarsvangsten, waarbij het vangen van de limieten in vele gevallen niet meer haalbaar zal blijken. Snoekbaarsvissers zullen deels hun hengels in de wilgen gaan hangen of overstappen op de andere grote rover de snoek die ook in de komende jaren haar bestand nog zal zien stijgen en stijgen.
Terug naar het hoofdstuk "Ontwikkelingen op het snoekbaarsfront"