C. Op de snoekbaars met de plug!
Over het algemeen kun je wel stellen dat het vissen met de plug niet al te moeilijk is. De plug doet (als het een juiste is) automatisch wat ie moet doen en komt dus boven drijven wanneer er gestopt wordt met inhalen. Ook zinkende pluggen komen voor, maar deze worden in ons land veel minder gebruikt. De plug heeft nogal wat massa en er is dus makkelijk mee te werpen, zelfs bij harde(re) wind. Een ander pluspunt van de plug is dat deze goed zichtbaar is. Af en toe kan dit ook een nadeel zijn omdat je een roofvis soms de plug ziet pakken en er dan een aanslag reflex volgt. Vaak heeft dit een misser tot gevolg en het is dus ook beter om op het gevoel te vissen. De pluggen horen altijd voorzien te zijn van dreggen, het liefst niet te klein en vlijmscherp. Af en toe zijn de roofvissen zo gretig dat de dreg(gen) bijna niet uit de mond van de vis te verwijderen zijn. Er zijn dan ook vissers die de weerhaken dichtknijpen om het onthaken te vergemakkelijken. Pluggen gebruik je het beste in vrij schoon water en de laatste jaren duiken de pluggen ook steeds dieper, zodat er ook op diepten tussen de 3 en 6 meter gevist kan worden. Wanneer de actie van de plug goed is maar de plug uitwijkt naar links of naar rechts dan kan dit bijgesteld worden door het verplaatsen van het bevestigingsoogje. Vaak wordt er gebruik gemaakt van een splitring in het bevestigingsoogje, zodat er een lossere verbinding met de onderlijn bestaat. De onderlijn dient soepel te zijn om de actie van de plug niet te beperken.
Kleine en middelgrote pluggen tot zo'n 11 cm zijn vaak goed te vissen aan een standaard spinhengel. Mijn voorkeur gaat echter vaak uit naar een wat zwaardere hengel. De meeste pluggen hebben een actie die zich prima laat voelen in de hengel, zonder dat het zo zwaar wordt dat de hengel niet meer te voelen is. Tegenwoordig is een gevlochten onderlijn een prima keuze voor de visserij met een plug. Het beste kun je in het begin net zo vissen als bij een spinner, dus binnendraaien. Bij voorkeur dan wel wat langzamer binnenhalen dan de spinner. Meestal is dit voldoende al kunnen tempowisselingen e.d. natuurlijk nooit geen kwaad. Buit vooral het voordeel van het kunstaasvissen uit, verplaats je en werp niet te vaak uit op dezelfde plaats, tenzij je er zeker van bent dat daar wat te halen is. Natuurlijk is het wel goed om extra aandacht aan een plaats te schenken waar je al eerder gevangen hebt.