E. Mijn visie op het snoekbaarsvissen op kanalen en vaarten

Zoals ik als één van mijn doelen aangegeven heb bij de start van visseizoen 2006, heb ik tot op heden veel vaker en zelfs regelmatig op de kanalen en vaarten in Friesland gevist. Alleen de eerste weken van het seizoen - wanneer volgens kenners van de kanalen de vangsten er echt goed kunnen zijn - heb ik me alleen op het grotere water gericht.

Nu het begin augustus 2006 is, meen ik de onderstaande zaken met jullie te moeten delen aangaande mijn bevindingen tot op heden tijdens het snoekbaarsvissen op de kanalen en vaarten in Friesland.

1. Bij het verticalen/diagonalen op het PM kanaal is 3 meter grofweg een goede vaardiepte waarbij er dan vaak dieper wordt gevist. Het spreekt voor zich dat je de vaardiepte dient aan te passen op momenten dat de glooiing anders loopt, hetgeen natuurlijk vaker voorkomt.

2. Ook op de ondiepere vaarten/kanalen is verticalend/diagonalend af en toe best snoekbaars te snoekbaars te vangen, al verwacht je dat misschien niet direct als de visvinder/dieptemeter een diepte aangeeft van soms amper 1 meter.

3. Op plaatsen waar houten en/of ijzeren beschoeiing zit is het regelmatig goed vissen, al zijn ook hierbij natuurlijk niet alle plaatsen even goed. De vis zit hier regelmatig vlak tegen de kant, maar kan zich natuurlijk ook hier op de glooiing bevinden.

4. Vergeet vooral de plaatsen niet waar stenen aan de oever liggen. De vis mag hier graag liggen op de overgang tussen stenen en "normale" bodem. Hierbij is het erg belangrijk dat je de juiste vaardiepte en visdiepte in acht neemt, anders zou het wel eens een duur dagje kunnen worden. Zo heb ik zelf vorig jaar ook eens leergeld moeten betalen en op een middagje een shadje of 20 met alles erop en eraan verspeeld.

5. Verticalen op de elektromotor is er prima te doen, maar schuw ook niet om af en toe wat verder achter de boot te vissen. Dit diagonalen kan op de elektromotor, maar soms is het beter dit met de gewone buitenboormotor te doen. Met diagonalen vis je niet alleen sneller een groter gebied af, maar ook de aanbeten zijn zo nu en dan harder.

6. De stukken kanaal en vaart vlak bij groot water zijn over het algemeen goede plaatsen. 

7. Is er (veel) stroming in het water dan is dit over het algemeen gunstig voor de vangst- en aanbeet perspectieven. Waardoor deze stroming veroorzaakt wordt is dan vaak niet eens belangrijk, zelfs de (aanhalende) wind kan er al voor zorgen dat de vis actiever wordt.

8. Vooral in de omgeving van Sneek is in het hoogseizoen veel waterpolitie en PW actief. Zorg er dus voor dat je de vaarregels naleeft. Officieel mag je al vissend niet achteruit varen, maar zorg er in ieder geval voor dat de punt van je boot in de vaarrichting ligt, zodat je bij naderend onheil (=lees politie/pw) vooruit kunt gaan varen. Komt de waterpolitie wel bij je, probeer dan je fatsoen te houden (kan je wel eens een prent schelen). En kom dus niet aan met: "Waarom doen jullie niets tegen die veel te hard varende kruisers/speedboten?" Al heb je er gelijk in dat - tenminste dat is mijn mening - het over het algemeen een stelletje hypocriete patsers zijn die waterpolitie-gasten.

9. Verder is het kilometers maken en geduld hebben. Vang je vis zet dan deze plek in je gps of je eigen geheugen. Soms heb je een stenen kant van een meter of 100, waarbij er maar één of twee plekjes zijn waar de vis regelmatig zit.

10. Mijn idee is dat er sprake is van aasmomenten - er zijn echter ook vissers die zeggen dat als er vis is je altijd wel beet zou moeten kunnen krijgen -. In de periode 2e helft juni en juli dat ik regelmatig op o.a. het PM kanaal heb gevist had ik het idee dat deze aasperiodes het vaakst vallen: 's morgens vroeg tot een uurtje of 10.00 en 's middags tussen 13.00 en 16.00 uur. Het vreemde is dat ik er 's avonds tot op heden nog geen touw aan vast heb kunnen knopen, soms is het helemaal niets en de andere keer is er juist weer wel vis te vangen. Het komt vaker voor dat je in een laten we zeggen 10 minuten meerdere vissen vangt op een stekje en meer aanbeten krijgt, terwijl het daarna weer een uur of langer stilvalt.

11. Graag vis is zelf het liefste met door mij genoemde "staartshads" op afstand en dus diagonalend. Deze shads til ik van de bodem en zet ze na enkele seconden stilhouden zo langzaam mogelijk terug op de bodem. Met de overige in het algemeen slanke shads oftewel door mij genoemde "trilshads" vis ik vaak graag verticalend tot licht diagonalend. Deze shads geef ik bij het van de bodem optillen graag trilling mee met de hengeltop, waarna ze ook weer langzaam op de bodem terug gezet worden. 

12. Zorg voor afwisseling en roest niet vast in gewoontes. Natuurlijk vang je ook vis als je telkens op dezelfde manier blijft vissen, ik heb echter het idee dat je meer vis gaat vangen als je vaker gaat afwisselen. Dit afwisselen kun je o.a. doen door langzamer of juist harder te gaan varen, of d.m.v. het meer/minder of anders trilling gaan meegeven aan de shad. Verder kun je het eens gaan proberen met ander "kunstaas", zoals: ratelplug, (blad)pilker, fireball met dode aasvis en ga zo maar door.

13. Let ook goed op je vismaat en de andere vissers om je heen, misschien wordt je hierdoor duidelijk waarom de ene visser meer vangt dan de ander. En nabootsen is dan natuurlijk de volgende stap.

14. In het hoogseizoen is het tussen zo'n 10.00 en 16.00 uur op bepaalde plaatsen een gekkenhuis op de kanalen en vaarten, de boten en schepen vliegen je links en rechts om de oren. Zorg er dan vooral op die tijden dan ook voor dat je concentratie niet alleen richting vissen gaat, maar blijf ook letten op de scheepvaart!

15. Eén ding staat voor mij tot op heden wel vast. Vis je regelmatig op de kanalen en vaarten in Friesland i.p.v. op het grote water, dan gaan je vangsten (aantal) met sprongen vooruit. Wel zul je er echter rekening mee moeten houden dat je meer ondermaatse en niet al te grote vis zult vangen. 

Terug naar het hoofdstuk snoekbaarswater!

Terug naar de inhoudspagina!