G. Bijeenkomst evaluatie bijvangstenregeling 20 mei 2008 te Grou
De bijvangstenregeling voor snoekbaars, ingezet op 1 juni 2006, liep af op 31 maart 2008. In de ALV van de federatie is op 24 april besloten de regeling nog een jaar te verlengen.
Momenteel zijn de Friese bond van binnenvissers en de Hengelsportfederatie Fryslân bezig met de evaluatie van de eerste twee seizoenen. De federatie wil graag de meningen van de individuele snoekbaarsvissers hierin betrekken. Hiertoe is de betreffende bijeenkomst belegd.
Onderstaande een gedeelte uit de notitie die alle Friese hengelsportverenigingen hebben ontvangen en op basis waarvan zij op de ALV van afgelopen 24 april besloten hebben de regeling met nog een jaar te willen verlengen.
Bijvangstenregeling 1 juni 2006 - 31 maart 2008
De resultaten en bevindingen op hoofdlijnen:
Eerste seizoen (1 juni 2006 - 31 maart 2007)
- In totaal waren er 17 individuele quota toegekend aan beroepsvissers, 1 lid van de bond heeft afgezien van de regeling aangezien hij sowieso geen snoekbaars aanlandt;
- Het totaal quotum is bepaald op 13.700 kilogram snoekbaars;
- Er is ruim 11.300 kilogram snoekbaars in het kader van de regeling aangemeld, hiermee is zo'n 82% van het quotum vol gevist;
- Van de 17 toegekende quota zijn er 4 vol gevist;
- De deelnemers aan de regeling zijn gemiddeld 5 keer gecontroleerd door de BOA's;
- Door politie en AID zijn beroepsvissers regelmatig gecontroleerd;
- Tijdens een controle van het Visstroperijteam is een beroepsvisser aangetroffen met staande netten. Op basis van deze overtreding is de beroepsvisser door de Friese Bond voor de rest van de looptijd van de regeling uitgesloten;
- De sanctioneringscommissie heeft één hoorzitting georganiseerd. Dit heeft niet tot een sanctie geleid.
Op basis van het eerste seizoen is een aantal verbeteringen doorgevoerd, waaronder:
- Een nieuwe, verbeterde versie van het verwerkingsprogramma;
- Een periodiek overleg met de BOA's;
- Nieuwe quota waarbij het quotum van de geschorste beroepsvisser van het totaal is uitgesloten.
Tweede seizoen (1 juni 2007 - 31 maart 2008)
- In totaal waren er 16 individuele quota toegekend aan beroepsvissers;
- Het totaal quotum is, na aftrek van het areaal van de geschorste beroepsvisser, bepaald op 12.650 kilogram snoekbaars;
- Er is ruim 11.600 kilogram snoekbaars in het kader van de regeling aangemeld, hiermee is zo'n 92% van het quotum vol gevist;
- Van de 16 toegekende quota zijn er 4 vol gevist;
- De deelnemers aan de regeling zijn gemiddeld 10 keer gecontroleerd door de BOA's;
- Door politie en AID zijn beroepsvissers regelmatig gecontroleerd;
- Er zijn in het tweede seizoen geen ernstige overtredingen geconstateerd, de sanctioneringscommissie heeft geen hoorzittingen georganiseerd.
Nog uit te voeren evaluatie onderdelen:
- Uitgebreide rapportage van organisatorische, technische, controle-, en vangstgegevens;
- Een visecologische en visserijtechnische analyse van de vangstgegevens. Hier gaan we ook deskundigen bij betrekken van Sportvisserij Nederland;
- Analyse hengelvangstgegevens snoekbaars;
- Evaluatiegesprekken en/of schriftelijke enquêtes met beroepsvissers, bestuursleden van hengelsportverenigingen, snoekbaarsvissers (sport);
- Financiële verantwoording aan subsidiegevers;
- Doorvertaling naar het visplan.
Voorstel voor vervolg:
We kunnen zeggen dat, met de verbeteringen die zijn doorgevoerd, we redelijk tevreden zijn over de regeling. Totdat het visplan klaar is willen we daarom ook graag door met de bijvangstenregeling om de volgende redenen:
- Werken aan een verantwoord visstandbeheer in samenwerking met beroep, water- en natuurbeheerders;
- Meer en betere mogelijkheden om de stroperij aan te pakken;
- Invulling geven aan beleid van ministerie en provincie;
- Behoud controle en handhaving beroepsvisserij;
- Behoud zicht op de bijvangsten.
Wel zijn voor ons hierbij belangrijke voorwaarden:
- Dat de controle minimaal op het zelfde peil blijft;
- Dat het totaalquotum niet wordt verhoogd;
- Dat de kosten hiervan niet ten laste van de federatie komen.
De provincie Fryslân, groot voorstander van de regeling, heeft inmiddels aangeboden een verlenging van de regeling met maximaal 2 jaar te financieren.
Verslag bijeenkomst 20 mei
Om en nabij 19.45 uur was het namens de federatie Harry Holtman die de vergadering opende en de maar liefst bijna 40 sportvissers verwelkomde. Ook Dave Bosman zal als beleidsmedewerker namens de federatie hier en daar zijn gedeelte bijdragen.
Nogmaals de federatie had geen keuze en de beroepsvisserij moest (als de visstand het toe zou laten) op één of andere manier weer in staat gesteld worden om snoekbaars te oogsten. Gezien de beroepsvisserij dit in Friesland voor 2006 ook al grootschalig (illegaal) deed, waarbij tientallen jaren lang volgens rapporten op jaarbasis zeker 40.000 kilo (met uitschieters tot 100.000 kilo) snoekbaars zou zijn onttrokken, betekende deze bijvangstenregeling een vooruitgang voor de sportvisserij. Niet alleen zouden er middels deze regeling (legaal) veel minder snoekbaarzen uit het viswater worden onttrokken, maar daarnaast zou elke friese beroepsvisser nu ook minimaal 10 x per jaar gecontroleerd gaan worden door een BOA. Tot slot zou de sportvisserij in een geheel ander daglicht kunnen komen te staan, door de beroepsvisser al snoekbaars te gunnen voordat het visplan er ligt (goede wil!).
Enkele van de aanwezige sportvissers geven aan problemen te hebben met de aaldoggervisserij (dobbervisserij) door beroepsvissers in de periode april/mei. Volgens de regeling mogen ze in deze periode de snoekbaars niet meenemen gevangen aan aaldoggers, maar gezien ze in die periode op de paaiplekken van de snoekbaars vissen met aasvis aan de aaldogger worden vele snoekbaarzen gehaakt met het risico dat ze dood gaan of toch worden meegenomen. Het is ook de federatie niet geheel duidelijk of de beroepsvisserij nu ook een aasverbod heeft (dode aasvis, worm e.d.) in de maanden april/mei dit zal worden uitgezocht. Daar waar nodig zal dit onderwerp worden ingebracht bij de vergadering met de bond van beroepsvissers.
Hoe staat het met de controles aangaande de bijvangstenregeling is een volgende vraag. De federatie geeft aan dat de controles het 2e jaar van de regeling zijn verdubbeld in aantal tot 10 per beroepsvisser door BOA's. Daarnaast wordt er gecontroleerd door AID/politie en stroperijteam, deze instanties worden ook op de hoogte gebracht als een beroepsvisser zijn quotum heeft vol gevist. Toch geeft ook de federatie toe dat de controle zeker nog verbeterd dient te worden, nu zijn de controles nog teveel afgesproken op tijd en aanlandingsplaats en veel te weinig onverwacht op bijvoorbeeld het viswater. De federatie geeft aan te streven naar verbetering van de controles en dat zij uit zal zoeken hoe dit aan te gaan pakken. Eén van de beperkingen bij controle is echter in veel gevallen de begroting oftewel het beschikbare geld.
Enkele snoekbaarsvissers zijn van mening dat de sportvissers eigenlijk in de laatste maanden van het seizoen (februari/maart) de snoekbaarzen niet meer mee zouden moeten mogen nemen. Hun lijkt een meeneemverbod van snoekbaars voor sportvissers in de periode van februari t/m mei wel iets waarbij er dan wel op snoekbaars mag worden gevist. Een aantal van de meegenomen snoekbaarzen in de maanden februari/maart zit vol met kuit en het is zonde dat deze geoogst worden en natuurlijk nadelig voor het snoekbaarsbestand. Bovendien is de meeneemlimiet van 5 stuks op een visdag wel erg hoog. Ook dit onderwerp zal door de federatie meegenomen worden bij haar overleg met de beroepsvisserij. Persoonlijk ben ik het in het geheel niet eens met dit gedeelte. Immers de beroepsvisserij heeft middels deze regeling legaal recht om snoekbaars te oogsten (zij krijgen dus iets extra's) en het zou van de zotte zijn als wij als sportvissers middels het verlagen van de meeneemlimiet hiervoor in zouden moeten leveren. Op het oogsten van snoekbaars met kuit in de maanden februari/maart staart men zich mijn inziens ook blind, een vrouwtjes snoekbaars geoogst in oktober/november of welke maand van het jaar dan ook betekent net zo goed geen voortplanting. Een snoekbaarsbestand zal altijd weer aangroeien tot een optimum en een vrouwtjes snoekbaars geoogst in welke maand van het visjaar dan ook maakt hierbij geen verschil, Binnen het naderende visplan (2009?)is het o.a. de bedoeling om te komen tot een duurzame visserij met een gezond en gevarieerd visbestand. Daarbij dient te worden vastgelegd hoe de vis verdeeld wordt tussen beroeps- en sportvisserij en hierbij gaat het dus ook duidelijk om het kunnen/mogen oogsten. Aan de hand van cijfers middels monitoring en uit de vangstgegevens van sport- en beroepsvisserij dient vast te worden gelegd hoeveel snoekbaars de sportvisserij en beroepsvisserij mogen oogsten op jaarbasis, hier en daar wellicht ook nog toegespitst op locatie.
Verder is er nog gesproken over het wegvangen van Brasem uit de Friese boezem. De waterschappen zijn bezig met een pilot waarbij in de winter veel Brasem wordt weggevangen. De richtlijnen van Europa (KRW), waarbij men toe wil naar nog geen 10% Brasem zijn een utopie. De waterschappen willen proberen het percentage Brasem van nu (80%) terug te brengen naar 70%. Te vaak is echter al gebleken dat vooral bij niet afgesloten water het wegvangen van Brasem weinig tot niets oplevert, omdat het bestand zich zeer snel herstelt. Is het niet veel beter op dit gebied de natuur z'n eigen gang te laten gaan? Het percentage Brasem zal zich de komende jaren dan ook vast en zeker aanpassen aan het veranderende water (o.a. helderder).
Tot slot zal er met de beroepsvisserij nog gesproken worden over keernetten, waardoor er minder ongewenste bijvangst zal zijn en over het eventueel verwijderen van de fuiken uit het viswater bepaalde maanden van het jaar. Qua cijfermateriaal zal er binnenkort een overzicht tot stand worden gebracht met daarin de vangstgegevens van de beroepsvissers.
Al met al ben ik met overwegend negatieve gevoelens terug gekomen van deze vergadering. Uit verschillende opmerkingen meen ik te moeten opmaken dat de kans vrij groot is dat wij als snoekbaarsvisser weer zullen moeten inleveren als het visplan in 2009 gereed is. Gezien de sterke achteruitgang van de palingstand zou dit wel eens kunnen gaan betekenen dat de beroepsvissers dan meer snoekbaars mogen gaan oogsten uit bijvangst of wie weet wellicht zelfs de schubvisrechten terug krijgen met een quotum. Daarentegen zullen voor ons de meeneemlimieten worden verlaagd en/of zal de gesloten tijd worden verlengd. Het blijft dan ook zaak om hieromtrent goed in gesprek te blijven met de federatie en te trachten onze belangen binnen de VBC optimaal te laten behartigen. Zoals de bijvangstenregeling nu werkt in combinatie met de onveranderde meeneemlimieten voor snoekbaarsvissers, al zal er hier en daar nog moeten worden aangescherpt en verbeterd, gaat het de goede kant op. Als Friese snoekbaarsvissers zitten we echter zeker niet te wachten op (nog meer) inleveren t.o.v. de beroepsvisserij middels het visplan in 2009.
Terug naar het hoofdstuk "Ontwikkelingen op het snoekbaarsfront"