H. Backtrollen een voordeel voor de kapitein?
Al geruime tijd ben ik bezig met dit onderwerp. Er over nadenken, de keren dat ik samen vis met een ander de praktijk vastleggen en proberen conclusies te trekken.
Mijn conclusies tot op heden.
Het grootste verschil, waarbij volgens mij de bestuurder duidelijk in het voordeel is, ontstaat op kanalen waarbij er op de glooiing naar de vaargeul wordt gevist en in de perioden dat de snoekbaars in erg kleine groepjes verblijft. In 1e instantie kan er door beide vissers op verschillende dieptes worden gevist. Stel je vaart (de visvinder geeft dit aan en zit achterop de boot naast de motor) op 3 meter diepte. De bestuurder vist dan op 3 tot 3,5 meter en de visser achterin de boot vist tussen 2,5 en 3 meter. Op het moment dat duidelijk is op welke diepte de vis zit zal de bestuurder zo varen dat hij deze diepte kan bevissen, natuurlijk vist ook de visser achterin de boot vervolgens op deze diepte.
Altijd komt de bestuurder op deze manier het eerste bij de vis. Ook het gebruik van verschillende shads door voor- en achtervisser heeft hierop weinig invloed. Op het moment dat hij een snoekbaars haakt heeft hij al zijn aandacht nodig voor het vangen van de vis de boot vaart niet langer een goede koers, ook kan het zo zijn dan de visser achterin de vis gaat "scheppen". Vervolgens wordt teruggevaren naar deze stek en begint alles weer opnieuw. Zo heb ik al meerdere keren moeten ondervinden dat je als "achtervisser" vaak ruim klop krijgt, terwijl de op dat moment bestuurder weer dik klop krijgt van een ander als hij achter zit!
Op het ruime water - tenminste uitgaande van een niet al te egoïstische bestuurder - zal dit verschil vaak veel minder groot zijn omdat de vis vaker in grotere scholen zit en bovendien vaak gericht wordt gevist rondom een boei. Ook op rivieren en kanalen waarop een goed snoekbaarsbestand aanwezig is zal het verschil minder groot zijn omdat de vis minder strikt op één diepte en plaats zit. Vist de één op 4 en de ander op 5 meter dan kunnen op beide dieptes evenveel snoekbaarzen gevangen worden.
Een ander voordeel voor de bestuurder is dat hij of zij middels de visvinder nauwkeurig en van tevoren het diepteverloop kan volgen en zijn/haar shad dus beter op de juiste plaats kan krijgen en houden. Daarentegen is er ook het nadeel voor de bestuurder, vanwege het moeten varen zal er minder energie en concentratie over zijn voor de visserij.
Samengevat ben ik van mening dat in eigenlijk alle of in ieder geval vele situaties de bestuurder in het voordeel is en dus meer zal vangen dan de "achtervisser". Het grootste verschil echter kan ontstaan op kanalen waarbij de vis veel op een bepaalde diepte van de glooiing zit en de vissen bovendien in kleine groepen zitten ver uit elkaar.