A. Archief spinner:

Slepen met spinners geschreven door J.P.H. in 1988

Met spinners op snoekbaars door Bertus Rozemeijer in 1997

Spin je nog wel eens? door Bertus Rozemeijer in 1996

 

 

 

 

 

 

01. Slepen met spinners.

Vooral op "wijd water" vangt men vaak goed met een langzaam gesleepte spinner. De kunst is echter de spinner kinkvrij op diepte te houden.

Ondanks de sterke opkomst van de moderne zacht plastic aassoorten, is de spinner in onze omstandigheden nog steeds het meest gebruikte kunstaas. Dat is niet voor niets. In zachtstromend en stilstaand niet te diep water, doet een spinner het prima. Het geringe gewicht en de door het uitslaande blad grote waterweerstand, maken dit kunstaas minder geschikt voor het slepen op de wat diepere viswateren. Dat geldt overigens niet voor spinners met een loodkopje zoals de bekende "Voblex" en de Zweedse "Mörrum". Deze modellen komen snel op diepte en door de vorm van het lood doen ze de lijn haast niet kinken. Ideaal dus om de spinner ook op waterdieptes van 4 tot 6 meter achter een roeiboot te kunnen slepen om snoek, snoekbaars en vooral baars te vangen. Andere modellen spinners, onverzwaard of met de verzwarig ver achter het spinnerblad, zijn met enkele trucjes ook wel degelijk op diepte te slepen.

Kogellager tegen kinken

In Ierland is het slepen van een spinner achter een zachtjes varende boot vaak de beste manier om op de grote meren zoals Corrib of Conn forel, baars en snoek te vangen. Om het kinken van de lijn te voorkomen, monteerde men vroeger enkele "gewone" wartels op zo'n 30 tot 50 cm voo de spinner. Zo'n standaardwartel houdt echter niet meer dan 5 tot 15% van het kinken tegen. Veel beter voldoen wartels met kogellagers, die het kinken van het nylon wel voor zo'n 70 tot 90% tegen gaan. Twee of drie van dergelijke wartels aan elkaar, maken het slepen van welke spinner dan ook mogelijk. Een druppeltje olie na gebruik, maakt dat de kogellager blijft functioneren... Bij veel spinnermodellen is de as van de spinner zo lang, dat men zonder moeite loodverzwaring voor het spinnerblad kan aanbrengen. De grote modellen loodhagel kan men eenvoudig vastknijpen Als dat niet precies in het midden van het lood gebeurt, vormt het lood een kiel, waarmee het makkelijker is om de spinner op de gewenste diepte te krijgen en te slepen.

Knikje

Veel Amerikaanse modellen spinners, hebben een lange as, die aan het eind een "knik" vertoont. Zo'n knik beperkt het kinken van de lijn ook enigszins, en in elke lange spinneras kan men met een tangetje makkelijk zo'n knik aanbrengen. Natuurlijk kan men bij het slepen met een spinner ook gebruik maken van de diverse soorten anti-kinklood en plastic anti-kink vaantjes. Een variant die het ook goed doet, is een spiraallood, dat tevoren licht is omgebogen.

Combi-systeem

Bij het slepen op diepe meren is tenslotte ook het "combi-systeem" zeer effectief. Hierbij combineert men een spinner met een snel zinkende plug. De kleine spinner (bijv. een Mepps 0-2) monteert men aan een zijlijntje van 50 tot 150 cm, zo'n één a twee meter boven de plug. De snelzinkende plug trekt de spinner mee de diepte in, maar niet zo diep als de diepte waarop de plug beweegt. De twee kunstaasvormen komen slechts zelden in de war en het is zelfs mogelijk twee aanbeten tegelijk te krijgen!

J.P.H.

Terug naar het begin van de pagina "archief spinners"

02 Met spinners op snoekbaars.

Spinners gebruiken om snoekbaars te vangen! Dat doet toch geen mens? Je ziet het inderdaad maar weinig en dat is, gezien de resultaten die je met spinners kunt boeken op zijn minst opmerkelijk.

Zelf heb ik mijn eerste snoekbaarzen aan spinners gevangen. Nadat de eerste vissen een feit waren, volgden er velen, die geen van allen een spinner konden laten passeren.

Geschikt water

Spinners werken op een snoekbaars, als een rode lap op een stier. Ze kunnen het niet laten er een schot op te wagen. Ik ben er van overtuigd, dat er weinig kunstaas is, over een jaar gezien, dat zo constant vangt als een spinner. Toch worden er maar weinig spinners gebruikt om er snoekbaars mee te vangen. Dat heeft natuurlijk zo zijn redenen. Ten eerste moet je het water mee hebben. Het mag onder andere niet te diep zijn, zodat je spinner redelijk dicht boven de bodem kan worden aangeboden. Zeker in de koude maanden van het jaar, is het belangrijk de spinner bijna op de bodem te vissen. En dat vraagt om een vaardigheid, die je slechts door regelmatig met spinners te vissen kunt aanleren. Juist die regelmatigheid, brengt ons vanzelf naar de tweede reden. Spinners worden nog maar weinig gebruikt. Een snoekbaarsvisser, die met kunstaas vist, pakt veel eerder een twister dan een spinner. Uit gemakzucht? Ik denk het wel. Een twister is nu eenmaal veel eenvoudiger te vissen dan een spinner. Mogelijk gaan we er daarom zo eenvoudig aan voorbij, dat sommige van onze kunstaasjes weliswaar moeilijker te gebruiken zijn, maar dat je er uiteindelijk wel meer vis mee vangt. Gemak dient, ook hier, vaak de mens, maar dat gemak wil nog niet zeggen dat het ook beter is. Voor we verder gaan moet ik je nog iets vertellen. Snoekbaarzen hebben een hekel aan erg helder water. Heb je echt helder water op het oog? Dan moet ik je teleurstellen. Snoekbaarzen hebben nu eenmaal een broertje dood aan helder water. De vis gedijt er gewoonweg niet. Ik heb dit in de praktijk vaak meegemaakt. In werkelijk heldere, afgesloten wateren, waar je tot op het midden, met de zon in je rug tot op de bodem kunt kijken, werd snoekbaars uitgezet. Twee, drie jaar werden de vissen gevangen, vervolgens werd er nooit meer een snoekbaars gezien. In de ondiepe uitlopers, van erg heldere plassen, kom je de vis echter weer wel tegen. Daar heeft de vis de mogelijkheid zich in de schemerige duisternis van het diepe water terug te trekken. Waarom de snoekbaars onder dergelijke omstandigheden wel naar het heldere, ondiepere water trekt, is voor mij een raadsel. Typisch snoekbaars, zullen we maar zeggen. Temeer verrassend, omdat het vissen in ondiep, helder water wel weer heel erg goed kan zijn.

Diep en ondiep

Goed, je vist nu eens met een spinner. Een uitstekend idee, maar zorg ervoor dat je die spinner gebruikt in water dat niet dieper is dan goed twee meter. In dieper water wordt het te moeilijk om echt strak boven de bodem te blijven vissen. Ondieper water vormt geen probleem. Al wil je in een halve meter water aan de slag! Onverzwaarde spinners zijn juist daarvoor gebouwd. Tussen die twee meter en die nog geen halve meter, ligt nogal een verschil. Je moet derhalve ook wel met de juiste spinner aan het water komen om je slag te slaan. Laten we eens in het diepste water beginnen. Natuurlijk gebruik je daar een verzwaarde spinner. Die spinner heb je echter in verschillende maten en gewichten. Wanneer je met snoekbaarsvissers een discussie aangaat, en je hebt het over het formaat aasvis wat je het beste kunt gebruiken, is bijna elke snoekbaarsvisser van mening dat dit aasvisje niet al te groot mag zijn. Tien centimeter, wordt vaak al groot gevonden. Liever vist de meerderheid met half die lengte. Snoekbaars wordt gezien als een vis die grote prooivissen bepaald niet waardeert Wanneer je daarna aan kunstaas denkt, gaan de meeste sportvissers er vanuit dat dit ook voor kunstaas geldt. Bij het vissen op snoekbaars wordt er, als vanzelf, voor kleiner kunstaas gekozen. Jammer. Erg jammer, want snoekbaars blijkt wel degelijk van grote prooivissen te willen weten en eten. Zeker, het grotere kunstaas wordt met verve aangevallen. Het is mijn stellige overtuiging dat je met groter kunstaas niet alleen meer, maar ook de echt grote snoekbaarzen weet te interesseren. De spinner mag derhalve niet te klein zijn. Een Vibrax, Veltic of Mepps nummer drie of vier, maakt onder het oppervlak een heleboel kabaal maar is echt niet te groot in het ondiepe water mag je spinners van hetzelfde formaat gebruiken, maar nu natuurlijk onverzwaard. Je moet er echter wel de hengel voor hebben om het op de juiste manier aan de vis te presenteren. Bedenk daarbij het volgende: een spinner trekt behoorlijk onder water. Door die weerstand kan de hengel behoorlijk belast raken. Mogelijk zelfs overbelast. Is dat het geval, dan heb je kans dat de hengel al behoorlijk krom staat tijdens het terugvissen. Mede daardoor, ben je niet in staat eventuele nipte aanbeten te registreren, en erop te reageren. Bovendien moet je met die spinner werken. Hem versnellen of vertragen. Iets laten stijgen of laten zakken, zonder dat daarmee de hengel, tijdens die versnellin, nog zwaarder belast wordt, of het contact, bij het vertragen van de spinner, verloren raakt. Met andere woorden: je moet echt een passende hengel hebben, met pit om dergelijke spinners te vissen. Merk je dat de hengel daarvoor niet de pit heeft? Dat de balans tussen hengel en spinner ontbreekt? Dan zul je het in kleinere spinners moeten zoeken. Een nummer drie wordt dan het maximum. Dit betekent echter ook dat je aan werpafstand gaat inleveren. En omdat we vanaf de kant vissen, lopen we de kans om buiten het bereik van onze, glazig kijkende, vrienden te blijven. Voor een deel kunnen we dit echter compenseren. Spinners kinken de lijn. Ook spinners die, volgens de fabrikant, niet kinken doen dat. Wat de fabrikant ook beweert, we moeten dit zien te voorkomen. Omdat we het hier over het vissen in relatief diep water hebben, mogen we gebruik aken van een anti-kinkloodje. Dit extra gewichtje mag tot ongeveer tien centimeter, voor de spinner, een plek op de lijn vinden. Voor de duidelijkheid: knip een stukje lijn van twintig centimeter af. Knoop het anti-kinkloodje, met een gewicht van drie tot ongeveer vijf gram op de lijn. Knoop aan het anti-kinkloodje het stukje afgeknipt nylon, en aan het uiteinde daarvan de spinner. Je weet je nu verzekerd dat de lijn in orde blijft, en ook na een dag vissen geen last heeft van kinken. Er is echter nog een mogelijkheid. Ken je de Vibrax Minnow Spin? Dat is een combinatie van een spinnerblad met daarachter een pluglijfje. Deze combinatie heeft verschillende voordelen. De eerste en meest belangrijkste: het kinkt de lijn niet. Het lijfje achter het spinnerblad, werkt als een kinkvaan. Het tweede voordeel ligt in het feit dat deze vaan het kunstaas groter doet lijken, en tevens voor extra gewicht zorgt, zodat afstanden makkelijk worden overbrugd. Overigens is een dergelijke constructie bepaald niet nieuw Verschillende kunstaasfabrikanten hebben dit in het verleden al gedaan, in de vorm van een zacht plastic visje achter de spinner. Waarom dit, gezien de voordelen die een dergelijke constructie heeft, niet vaker toegepast wordt, is mij een raadsel. Vis je in ondiep water? Dan moet je de onverzwaarde spinner wel anti-kink maken door er een kinkvaantje of een klein anti-kinkloodje voor te zetten. Overigens heb ik, met redelijk succes, met de Minnow Spin in het ondieper water gevist. Je moet echter wel goed bij de les blijven om de spinner naar behoren te vissen. In dit geval: direct nadat de spinner het water raakt starten met terugvissen, hengel hoog houden en regelmatig een tik met de hengeltip geven om de spinner te versnellen en in een hoge baan te houden. Succes!

Bertus Rozemeijer

Terug naar het begin van de pagina "archief spinners"

03 Spin je nog wel eens?

Gek hè, juist nu er zo enorm veel keuze aan kunstaas is, lijken we een der best vangende stukjes kunstaas te zijn vergeten. Pluggen, pluggen en nog eens pluggen. Daar lijkt het vooral bij de snoekvisser allemaal om te gaan. Best wel jammer, want die doorgaans aanzienlijk goedkopere, glad vergeten spinner was en is een goede vanger.

Spinners heb je, net als het overige kunstaas in soorten, kleuren en maten. Dit duidt al op een groot aantal mogelijkheden. Daardoor wordt het echter ook moeilijker de juiste spinner te kiezen die precies past in de voor jouw water geldende omstandigheden. Een verkeerde keuze is snel gemaakt, waardoor je al snel teleurgesteld raakt in de mogelijkheden van dit draaiend plaatje metaal. Laten we daarom eerst eens de diverse spinners onder de loep nemen. Globaal gesproken mag je stellen dat er twee verschillende modellen spinnerbladen bestaan. Slank en ovaal. Met slank doel ik op het aloude terrible model of het zogenaamde wilgenblad model. Soms zie je de laatste onder de Amerikaanse naam aangeboden en dan heet het "willow leaf". Bij ovaal moet je denken aan de peervormige bladen, misschien beter bekend onder de naam "indiana" blad. Door hun constructie draait een slank blad strak om de spinners. Een ovaal blad draait daarentegen ruim om de as heen. Het verschil? Een slank blad ondervindt minder weerstand in het water. Het blad draait sneller om zijn as en dit model blad zakt iets makkelijker in het water. Een ovaal blad geeft aanzienlijk meer weerstand waardoor je gedwongen kunt worden voor kleinere bladen te kiezen dan bij de slankere modellen. Nu wil kleiner niet meteen zeggen dat je hierdoor kleinere of minder vis vangt. Een ovaal blad dwingt je weliswaar naar een kleiner formaat, maar dit kleiner blad maakt onder water minstens zoveel commotie als zijn grotere, slanke tegenhanger doet. Waarom dan die verschillende bladen? Ach, alles heeft zo zijn voor- en nadelen. Een ovaal blad maakt onder water meer "lawaai", maar omdat hij zo wijd uitslaat pikt het blad ook eerder een vuiltje op. Een draadje wier om het blad wordt vervolgens naar de as getransporteerd, en het is gedaan. Je blad draait niet meer. Aan de andere kant, in troebel water maakt een ovaal gevormd blad nog steeds zoveel "lawaai" dat snoek, middels zijn zijlijnorgaan, de vermeende prooi nog makkelijk weet te vinden.

Spinnerbaits

Nu zijn er de laatste paar jaar nogal wat andere spinners op de markt gekomen. Van over de grote sloot onder andere de zogenaamde spinnerbaits en aanverwanten. In ons werelddeel hebben die spinners ook hun weg gevonden. In Amerika worden deze spinners voornamelijk op black bass ingezet. Kennelijk met groot succes, want het aantal verschillende fabrikanten en uitvoeringen is enorm. Snoek lust spinnerbaits ook graag Het duurde niet lang of we ontdekten dat spinnerbaits zich makkelijk op plekken lieten vissen waar dit met ander kunstaas beslist onmogelijk leek. Gelijk maar halleluja roepen? Ik in eerste instantie wel, maar ik ben er al weer aardig van terug gekomen. Snoek is geen black bass! Aanbeten? Ja die kreeg en krijg ik genoeg. Echter het aantal vissen dat daadwerkelijk op de kant of in de boot komt, haalt het niet bij ons conventionele kunstaas. Dan maar niet gebruiken? Nou, dat is weer het andere uiterste. Er zijn echter alternatieven. Maar je moet er dan wel wat voor doen, goed concentreren waar je vist en je kunstaas vooral leren te sturen!! Ik denk hierbij aan de voornamelijk grotere spinners die getooid met bucktail, veel veren of ander materiaal om de dreg, waardoor ook in moeilijk toegankelijke gebieden gevist kan worden, zonder een al te hoog risico om het kunstaas te verspelen. Mepps bijvoorbeeld, heeft dergelijke spinners. Denk maar aan de Giant killers D.A.M. maakt in de Efzett serie ook uitstekende vangers. Blue Fox, onder de naam Foxtail, en voor grote snoekliefhebbers de Musky Buck moet hier ook genoemd worden. Al de genoemde spinners hebben eigenschappen die vrijwel even makkelijk door moeilijk te bevissen gebieden kunnen worden gevoerd. Bovendien zijn ze, net als spinnerbaits, buzzbais en al dat andere spul, volkomen anti-kink. Het grote voordeel ligt echter in het haakvermogen. Je mist eenvoudig veel minder vis op dit kunstaas. En laten we wel zijn, een aanslag en een misser is zo erg niet, maar vanen blijft toch het leukst.

Anti kink

De meeste spinners laten de lijn kinken. Dat staat vast, en hoewel de nieuwe generatie lijnen voor dit kinken lang niet zo gevoelig zijn als het aloude nylon, moeten we toch een anti-kink systeem toepassen. Ja, beste vriend, ook wanneer je met een verzwaarde spinner op forel of aan de kust op zeeforel vist moet je dit echt doen. Er zijn diverse manieren om een spinner kinkvrij te vissen. Al heel oud, en toepasbaar bij kleine spinners is het gebruik van een stylloodje, dat je zo'n tien centimeter voor de spinner op de lijn plaatst en daarna in een V'tje knikt. Voor grotere spinners gaat dit niet op. Voor de duidelijkheid, spinners vanaf maat twee, hebben zo'n lang, c.q. zwaar styllood nodig om het kinken tegen te gaan dat dit niet langer een praktische oplossing is. We moeten dus gebruik maken van een anti kink loodje, of van een anti kink vaan. Of ik zelf een voorkeur heb? Nee, bepaald niet. Je mag een anti kinkmiddel gerust zien als een lapmiddel, die eigenlijk, en hoe dan ook in de weg zit. Vis je met onverzwaarde spinners, dan kan het niet anders dan de bedoeling zijn in ondiep water te vissen. Een anti-kinkloodje is al snel nadelig. Hierdoor zakt de spinner vaak te snel en te diep weg waardoor je zaken gaat haken die bepaald niet op de verlanglijst staan. Een anti-kinkvaan? Wie regelmatig in ondieper water vist, weet ook dat juist daar erg nauwgezet geworpen moet worden. Juist naast dat bedje waterlelies, vlak langs die oever of, voor de echte kunstenaars onder ons, precies onder die over de kant hangende struik. Een kinkvaan is echter een heuse windvanger die het ons knap lastig kan maken te werpen zoals we willen. Maar, we moeten het er toch maar mee doen. Een anti-kinkvaan in het echt ondiepe water, en een anti kinklood in dieper water. Denk er in het laatste geval echter aan het lood zo licht mogelijk te houden. Of er alternatieven zijn? Tja, die zijn er, maar misschien moet je dan zelf aan de slag. Een super simpel - maar kom er maar eens op - anti-kink en anti wier systeem vond ik kort geleden. De spinstang is lekker lang maar de maker heeft het uiteinde niet afgeknipt. Integendeel, dit is ook vrij lang gebleven. Daarna zijn er wat kralen op het uiteinde geschoven en vervolgens is het uiterste uiteinde omgezet, zodat de kralen niet meer terg kunnen. Dit nu iets verzwaarde uiteinde leidt de spinner over van alles en nog wat in het watr. Gewoon goed bedacht.

Met spinners

Is alles voor de visdag in orde? Passen de spinners wel bij de hengel, of moet je nog eens naar de winkel, is de lijn voor elkaar? Denk eraan, met de nieuwe generatie lijnen kan het voorkomen dat de hengel wordt overbelast. Lees dus wat op de verpakking staat en kies een lijnsterkte die bij de hengel past! Of je nu met knoesten van bucktail spinners aan de slag gaat, of kiest voor een mini spinner aan een minuscuul hengeltje, de techniek blijft gelijk. Oke, vis je met zware spinners, dan doe je er goed aan een baitcaster te kiezen boven een spinhengel en spinmolen. Ik beloof dat snel nog eens nader uit te leggen. Wat je met een spinner echter altijd moet doen, is het bestoken van moeilijk bereikbare plekken. Hetgeen je met een spinner juist wel moet doen, is het kunstaas langs, en over gevaarlijke, en daardoor vaak visrijke, plekken voeren. Je moet, met andere woorden een geoefend werper zijn, en je moet en zekere behendigheid met de hengel bezitten. Beheers je dit allemaal nog niet, geloof me, juist door met een spinner te vissen leer je het wel, en doorgaans erg snel! Het begin ligt bij een zuivere worp. Dit gaat het makkelijkst met een korte opslag. Hoe korter, hoe beter. Wanneer je met lichte, onverzwaarde spinners vist, moet je eigenlijk snel en uit de pols leren werpen. Natuurlijk gaat dit het best met eenhandige hengels. Eigenlijk is er niet zoveel verschil met het werpen met een vliegenhengel. Het best werp je eerst achterwaarts, waarbij je de lijn natuurlijk afklemt op de top van je vinger. Door die achterwaartse beweging span je de hengel al. Vrijwel direct daarop plaats je de eigenlijke worp. Probeer altijd de spinner te volgen en zet je worp hard in. Afremmen, door de wijsvinger voorzichtig tegen de molenspoel te plaatsen, kan altijd nog. Wanneer mocht blijken dat de spinner zijn doel voorbij schiet zet jet het afremmen volledig door. Gebruik je, omdat de omstandigheden er nu eenmaal naar zijn, zwaardere of echt zware spinners, dan ben je beter af met een baitcaster. Het werpen blijft echter gelijk, met uitzondering van de snelheid, want juist met een baitcaster ben je beter af met een iets tragere hengel. Die stelt je ook weer in staat om trager te werpen. Je voorkomt hierdoor pruiken, en het komt de nauwkeurigheid alleen maar ten goede. Eenmaal in het water moet de spinner gelijk gestart worden. Daarbij dien je het contact gelijk te herstellen. Je moet de spinner altijd meteen voelen draaien, maar nog beter is het wanneer je de spinner ook ziet draaien! Probeer nu eens de spinner te sturen. Houd hem hoog door de hengel te heffen, laat hem zakken door ook de hengeltop laag te houden. Zwenk je hengel naar links of rechts, om zodoende een obstakel, plant, tak of steen te omzeilen. Probeer ook steeds om op goed ogende stekken je spinner iets extra's mee te geven. Versnel even, door een paar felle tikken uit je hengeltop te geven. Of vertraag juist door de hengel langzaam te heffen en onder dit heffen langzamer binnen te draaien. Bij elkaar lijkt dit heel wat, maar geloof me, het valt allemaal best mee. Werken zul je, maar juist dit werken maakt het vissen met spinners wel zo leuk.

Bertus Rozemeijer

Terug naar het begin van de pagina "archief spinners"

 

Terug naar het hoofdstuk archief!

Terug naar de inhoudspagina!