Bij dit onderwerp kun je voorlopig 3 artikelen verwachten!

D. Archief nachtvissen op snoekbaars

Oplichtende ogen door Frank Schuilenburg in 1994

Glazige ogen in de nacht door Bertus Rozemeijer

Nachtvissen op snoekbaars door John van Helvert

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oplichtende ogen.

Vissen in zandwinputten zijn schuw. Snoekbaarzen uit zandwinputten zijn extreem schuw. Hoe u ze 's nachts desalniettemin kunt vangen, leest u in dit artikel.

Ze bekoren mij, die oplichtende ogen van een snoekbaars in het licht van een zaklamp. Vooral bij het vissen op snoekbaars heeft u 's nachts goede kansen. Bij het vallen van de duisternis worden de snoekbaarzen actief en gaan op rooftocht uit. U kunt ze dan het hele jaar door vangen. Met uitzondering natuurlijk van het gesloten seizoen. In de zomer zijn de ondiepe gedeelten van een zandwinput prima stekken voor het vissen op snoekbaars. Vooral daar waar voorheen het zand schoongespoeld werd, is het de moeite van het proberen waard. De snoekbaars jaagt er graag. De beste plek is hier het taluud, dus op de rand van het ondiepe en diepe water. De snoekbaars mijdt waterplanten, en houdt zich bij voorkeur op in het open water. Dat is bij nachtvissen een groot voordeel, omdat je dan nauwelijks vast komt te hangen. Wanneer het water in de herfst langzaam afkoelt, volgen de snoekbaarzen de prooivissen naar het diepere water. Dan wordt het vissen in de diepere gaten en langs de dieper gelegen taluuds interessant. Deze plekken vindt u door nauwkeurig uitpeilen. Met behulp van een boot en een dieptemeter heeft u deze plekken natuurlijk sneller gevonden.

Ook bij vorst

Op zandwinputten bijt de snoekbaars het hele jaar door. Ook tijdens vriesnachten kan het goed vissen zijn. Pogingen in het ondiepe water zullen pas weer succes opleveren na de gesloten tijd in het voorjaar. Dat is naar mijn mening, naast de late herfst, ook de beste tijd. Overigens geldt bij het vissen op snoekbaars dat u na de aanbeet van een snoekbaars kunt rekenen op meer aanbeten, omdat de snoekbaars toch vaak in kleine scholen op jacht gaat. Wanneer ik een nacht ga snoekbaarzen, dan zorg ik dat mijn hengels voor zonsondergang ingeworpen zijn. Omdat het dan nog licht is, hoef ik niet onnodig met mijn zaklamp lopen te rommelen. De lichtschuwe snoekbaarzen houden daar namelijk niet van. Wanneer de zandwinput langzaam in het donker verdwijnt, worden de snoekbaarzen actief. Gedurende de hele nacht kunt u op aanbeten rekenen.

Hapklare brokken

Ik gebruik 3,5 tot 4 meter lange hengels met een parabolische actie, die een gewicht van 20 tot 40 gram kunnen wegzetten. Vasthangen doet u in een zandwinput nauwelijks, vandaar dat een hoofdlijn van ten hoogste 25/00 op een middelgrote werpmolen meer dan voldoende is. Een onderlijn van 20/00 is sterk genoeg en voorkomt argwaan bij de schuwe snoekbaarzen. Als onderlijn kunt u het beste kiezen voor een zacht soort nylon. Zit er ook redelijk veel zware paling, dan is een soepele gevlochten onderlijn aan te raden. Met betrekking tot het aas maakt de snoekbaars het ons gemakkelijk. Als roofvis wil hij natuurlijk vis. Uit mijn vangstgegevens blijkt dat hele aasvissen beter scoren dan stukjes vis. Kies altijd voor aasvissen, die in ruime hoeveelheid in het water voorkomen. 's Zomers zweer ik bij blankvoorn, in de winter neem ik liever bleitjes. Visjes van 8 tot 12 cm. vormen hapklare brokken voor de snoekbaars.

Rottingsproces

Tijdens het nachtelijke vissen in de zomer gebruik ik altijd een dobber. Daarvoor heb ik de volgende reden: hoge watertemperaturen zorgen voor een rottingsproces op de bodem, waardoor daar een zuurstofgebrek ontstaat. De vis zal zich dan niet in de buurt van de bodem ophouden. Dat is ook de reden, waarom ik op halve waterdiepte vis. In de koude jaargetijden is dit rottingsproces gestopt, en kunt u ook weer op de bodem vissen. De door mij gebruikte montage is eenvoudig: een stuitje, lichtdobber van 5 gram, druppellood en een onderlijn met een haak in de maat 2 tot 6. De onderlijn is met 80 cm. tamelijk lang. Van het gebruik van een wartel zie ik af. De onderlijn wordt met een lus-in-lus-verbinding aan de hoofdlijn gezet. Opdat het lood niet naar de haak zakt, wordt het boven de lus-in-lus-verbinding door een stuitje en kraaltje gestopt.

Doorprikken

De dode aasvis zet ik met behulp van een aasnaald op de haak. Ik steek de naald tussen de kop en rugvin in de vis en laat haar voor de staartwortel er weer uitkomen. De haakpunt moet altijd vrij blijven. De zwemblaas moet altijd doorgeprikt worden, zodat de aasvis niet ongecontroleerd omhoog komt. Nu wordt het tijd om in te werpen. Ik leg de hengel op een rodpot en gebruik elektronische beetverklikkers. Wat de aanbeet betreft, is elke snoekbaars anders. Soms rommelt hij minutenlang met het aas, een andere keer gaat hij er als een raket vandoor. De vraag, wanneer er aangeslagen moet worden, is daarom lastig te beantwoorden. Bij twijfel zal ik altijd de tijd nemen. Is de snoekbaars gehaakt, dan zal hij in eerste instantie gemakkelijk meekomen. In de buurt van het net zal hij echter meestal nog een keer tot leven komen. Wees dus voorzichtig en onderschat de snoekbaars niet. Is alles goed gegaan tijdens de dril, bewonder dan de oplichtende ogen van de schuwste vis van de zandwinput.

Frank Schuilenburg

Terug naar het begin van de pagina "archief nachtvissen op snoekbaars"

 

Glazige ogen in de nacht

Als ik ergens een hekel aan heb, is dat wel aan 's nachts werken. Om zes uur in de avond beginnen en om zes uur in de morgen weer naar huis. Daarna een biertje drinken, krantje lezen en slapen vanaf een uur of acht. Slopend, hoor. Wat dat betreft houd ik het vissen in de avond en nacht langer uit!

Denk nu niet dat ik regelmatig in de nacht of late avond actief ben, dat is niet het geval. Een enkele keer echter is het leuk om in de avondschemer en daarna in het donker achter de roofvis te jagen. Nu weet ik wel dat je hierbij gelijk denkt aan het vissen op aal. Immers: dat is de nachtjager nummer één. Vlak echter vriend snoekbaars niet uit. Ook die laat zich in het donker niet onbetuigd. Het begint eigenlijk al later op de avond. Onze glasoog verlaat nu vaak het diepe water, om in het ondiepe zijn slag te slaan. Laat ik vooral eerlijk zijn. Ik heb in het donker wel eens vanaf de kant gevist. Statisch wel te verstaan. Niet op snoekbaars maar op karper. Karper? Nu ben ik niet zo'n karperaar, dus het is al weer wat jaartjes geleden.

Hoesten en lachen

Elektrische beetverklikkers waren er wel, maar ik had ze niet. Wel viste ik op afstand. Natuurlijk met de hengels in een steun en met een gewone speldwaker, die voor de top gehangen werd. Het aas? Een gewoon en lekker zacht gekookt aardappeltje. Een brede platte schijf, die door zijn draagkracht makkelijk op de zachte bodem bleef "drijven". Het was aardedonker, en hoe vreemd dat het ook moge klinken, dat deed mij aan m'n opa denken. Die hoestte altijd zo in de nachtelijke uren. Maar goed, tijd om het aas te controleren. Behoedzaam werd een nieuwe plak aardappel gelanceerd, de hengel in de steun gezet en de speldwaker weer voor de top gehangen. Om dat laatste te bewerkstelligen, moest ik behoorlijk over de kant van het water hangen. Net toen de waker hing hoorde ik een luid hoesten achter me. "Daar heb je hem!" ging het door me heen, en gelijk deed ik een stap naar voren. Daar stond ik, tot mijn oksels in het water, en een schaap vlak achter me. Wat zal die gelachen hebben. Niets van gehoord, hoor, maar wanneer ze zo menselijk kunnen hoesten, zal het met het lachen ook wel lukken. Goed, ik vis in het donker dus niet vanaf de kant. Ik heb zo mijn redenen, om dat niet te doen. Uit een bootje ben je volgens mij, veel beter af. Ten eerste kon opa niet zwemmen, maar belangrijker nog, je hoeft het terrein niet te verkennen, breekt daardoor je benen niet en het meest belangrijke, je dekt enorm veel water.

Goed gevuld

Wanneer ik op rovers vanuit een boot vis, zeul ik nogal wat materiaal mee. Een hengel voor deze en een andere hengel voor de andere techniek. Zullen we ook maar een langere hengel meenemen, en... Voor je het weet, is zelfs een flinke boot goed gevuld. In de nacht vissend, heb ik dat afgeleerd. Neem alleen dat mee wat je daadwerkelijk nodig hebt. Wat dat zijn mag? Hooguit twee hengels de man. Net alleen vanwege opa, maar veel meer voor de gezelligheid vis je met z'n tweetjes. Heb je, op momenten dat het taai wordt de nodige aanspraak en blijf je ook langer gemotiveerd. Nog belangrijker misschien: twee zien meer dan één! Goed, je neemt dus een minimum aan spullen mee. Een korte en een langere hengel. Met die twee hengels ben je in staat om het kunstaas makkelijk uit elkaar te houden. Het kunstaas zelf? Gebruik een ratelplug. Daarmee trek je de vis naar je toe. Ik weet wel, je moet hierin geloven, maar echt, volgens mij werkt dit ratelen uitermate positief onder zowat alle omstandigheden. Verder wat groter kunstaas. Wees niet bang de grootste Rapala Husky Jerk, een Grandma van zes inch, een Super Shad Rap of ... ach, er is zoveel te gebruiken. Mits het maar toont, groot is, en als het effe kan, een beetje lawaai maakt. Durf nu ook hoger te vissen dan je normaal doet. In eerste instantie, bij het zakken van de zon, zal de snoekbaars weliswaar dicht tegen de kant op jacht gaan, maar daarbij nog wel de bodem aanhouden. Pas later wanneer het echte schemer in duisternis overgaat moet je eens proberen de hogere waterlagen af te vissen. Vaak zal het kleine spul van de kant wegtrekken en neemt daarbij de snoekbaars met zich mee.

Nadenken

Wanneer je vanuit een boot vist, moet je eens over het volgende nadenken. Met je motor maak je behoorlijk wat kabaal. Het maakt daarbij echt niet zoveel uit, of dit een gewone benzinemotor is, of een elektrische. Beide hebben een propeller, en die kloppen het water achter de boot aardig rond. De boot ploegt daarbij door het oppervlak, en de kleinere vis wordt daardoor uiteengedreven. Wat is er nu nog makkelijker te vangen voor een roofvis dan een schooltje gedesoriënteerde visjes? Juist! Dus waag het er eens op, om in de avondschemering of gedurende de nacht vlak achter je boot te vissen. Met bijvoorbeeld je kunstaas op het eind van het schroefwater. Vis daarbij zo actief mogelijk. En met actief bedoel ik dat je moet werken met je kunstaas. Geef constant korte, felle tikken. Hiermee imiteer je misschien wel een prooi, die wel wil maar niet kan ontsnappen. Wanneer je dit doet, en je hebt even ervoor in het daglicht gezien hoe je plug door die tikken naar links en rechts schiet, en ook een veel fellere actie krijgt, weet je dat dit beslist geen verkeerde manier is. Op voorhand kan ik je verzekeren, dat je de bovenarm wel snel zal voelen. Ga je er op deze manier vaker op uit, vis dan met een kortere en snelle hengel. Een hengel, zoals de Amerikanen die gebruiken om op (grotere) bass te vissen. Aan die hengels een grotere vis drillen, is niet wat we gewend zijn, maar vermoeiend, zoals de meeste Europese hengels zijn ze niet. Wie niet stuurt zou eigenlijk het ratelwerk moeten verrichten. Houd je ratelplug vlak bij de boot. Probeer ook dit kunstaas hoog te houden. Een metertje diep is vaak al voldoende. Verder dan twee meter achter de boot kun je nu niet vissen. Ga je toch verder achter de boot aan de slag, dan bestaat de kans, dat je onder de nu vaak hoog zwemmende snoekbaarzen door vist, en dat loont niet. Probeer het eens, kleed je goed aan, want ook een zomernacht kan fris zijn en geniet eens van totaal ander water en een nieuwe ervaring.

Bertus Rozemeijer

Terug naar het begin van de pagina "archief nachtvissen op snoekbaars"  

 

Nachtvissen op snoekbaars

Ik ga ervan uit dat de meeste onder u, net als ik, voornamelijk overdag op snoekbaars vissen. Met overdag bedoel ik natuurlijk wel vroeg opstaan en tot donker doorvissen. Ik ken zelf eigenlijk geen snoekbaarsvissers die er met grote regelmaat 's nachts op uittrekken. Als we "zeker" zouden weten dat we 's nachts meer of groter zouden vangen, dan zou dat natuurlijk anders zijn. Dat "zeker" weten is met snoekbaars echter gewoon vreselijk moeilijk. Ik heb het meegemaakt op het Alkmaardermeer in juli. Vanaf 4 uur 's ochtends tot ver in de ochtend hard werken voor een paar snoekbaarsjes. De zon stond op een gegeven moment hoog aan de hemel te branden; het was bloedheet. We lagen in de buurt van de starttoren naar 10 meter toe te vissen. Omstreeks 12.30 uur gebeurde het: de snoekbaars op onze stek was opeens vreselijk actief. Links pen weg, rechts pen weg. De "op-de-stoot" hengels werden uit onze handen getrokken en we hadden vis op vier hengels tegelijk! Hoewel we ieder doorvisten met één hengel, hebben we ons werkelijk wezenloos gevangen. Dit alles midden op een zomerse dag! Vroeger trokken we altijd uit bepaalde situaties conclusies (handig voor de volgende keer, dachten we). Het beroerde met snoekbaars is dat het de volgende keer zelden hetzelfde is, dus op die manier je zelfvertrouwen opbouwen kun je volgens mij vergeten. Als je wat meer ervaring krijgt in snoekbaarsvissen weet je dat succes steeds ergens in die onregelmatigheid verscholen ligt. Dat maakt snoekbaarsvissen moeilijk - maar wel fascinerend.

Waarom 's nachts?

Ik vis zelf één op de vijf keer 's nachts op snoekbaars en moet vaststellen dat mijn vangstresultaten net zo wisselend zijn als overdag. Een goeie visser, uitgerust met een visvinder, zal zowel overdag als 's nachts altijd snoekbaars kunnen vinden en dientengevolge altijd wel wat vangen. Maar: als de vis het slecht "doet", kan niemand toveren. Dus: 's nachts niet beslist meer en/of grotere vangen, maar wel een ander gedragspatroon van de snoekbaars en ... een heel speciale sfeer.

De unieke nachtelijke stemming

Mijn nachtvissen op snoekbaars heeft me geïnspireerd om dit artikel vooral uit het oogpunt van de sfeer te schrijven en niet zozeer vanuit de vangstresultaten. Nachtvissen betekent een voor ons land ongekende rust. Het is werkelijk een weelde om te beseffen dat we 's nachts alleen worden geattendeerd op het lawaai dat we zelf maken. Als we ons rustig gedragen houden we alleen de geluiden over uit de natuur en die hoor je in Nederland overdag nauwelijks. Bijna altijd heb je 's nachts het water voor jezelf (ook surfers slapen dan). Nachtvissen brengt ook een soort extra spanning met zich mee die er overdag niet is. Een gevoel van "dichter-bij-de-vis-te-kunnen-komen-zonder-zelf-gezien-te-worden", omdat je je als het ware verstopt in de donkerte van de nacht.

Afwijkende taktiek

Overdag vis ik samen met een vismaat altijd bijzonder actief. Dat kan ook want beide vissers hebben goed zicht op wat ze doen. 's Nachts ligt dat anders. Wij hebben in Nederland vaak bewolkt weer en dat betekent dat het dan echt donker is. Wanneer twee vissers in die situatie toch actief willen vissen met ieder twee hengels, dan loopt dat meestal slecht af (lijnen regelmatig in de war of erger; gevaar voor permanente zonsverduistering). Bij dichte bewolking passen we ons aan bij de omstandigheden en vissen niet met kunstaas, maar met levend of dood aas onder verlichte snoekbaarspennen. Onze boot wordt dan omringd door vier verlichte snoekbaarspennen die als lampionnetjes bijdragen aan die eerder beschreven speciale nachtelijke sfeer. Laten we eerlijk zijn: er is in de snoekbaarsvisserij niets mooiers dan een tergend langzaam wegschuivende pen 6 à 7 keer onder trekken en weer boven laten komen. En wij maar genieten, want wat is dat toch mooi! Welnu, u zult het niet voor mogelijk houden, maar een verlichte schuifpen zien ondergaan is nog mooier! Vaak kunnen we die verlichte pen zelfs een stuk onder water volgen. Tot zover gaat het nachtvissen dus allemaal nog goed, maar nu...

De aanslag

Overdag kunnen we heel goed de lijn volgen omdat we die kunnen zien. Wanneer we vinden dat we de haak moeten zetten, dan blokkeren we de lijnafgifte door de beugel van de molen te sluiten. Vervolgens laten we de snoekbaars de lijn strak lopen op een in de richting van de vis wijzende hengel. Wanneer de lijn strak gelopen is en we de vis op de hengeltop gaan voelen dan zetten we de haak met een gedecideerde haal tegengesteld aan de zwemrichting van de snoekbaars. Afhankelijk van de afstand tot de vis trekken we de hengel wel of niet helemaal door naar achteren en houden we 'm daar even. Overdag vis ik meestal met de grijze Pana-rene lijn 18 t/m 20/00 (afhankelijk van de begroeiing). Mijn voorkeur voor deze lijn berust niet op een ingewikkelde motivatie; ik vind het domweg een sterke lijn met een onopvallende kleur die mij gewoon goed bevalt. 's Nachts vis ik altijd met de geelfluorescerende lijn van Stren. Op zich naar mijn smaak een afschuwelijke kleur, maar zeker als er 's nachts iets van licht is (niet te bewolkt), heb je er veel voordeel van. Als het wel zwaar bewolkt is, dan kun je ook deze lijn 's nachts niet zien, waardoor we na een aanbeet niet weten waarheen de vis zwemt (hetgeen belangrijk is voor de aanslag). Met bewolkt weer moeten we de aanslag 's nachts als volgt maken. De richting waarin de snoekbaars er met het aas vandoor zwemt is belangrijk voor de richting van de aanslag. Hoewel we die richting in eerste instantie kunnen zien aan de richting waarin de pen wordt onder getrokken, is één en ander niet betrouwbaar. Vaak trekt de snoekbaars de pen een aantal meters in een bepaalde richting, om vervolgens van richting te veranderen en (soms) helemaal "contra" te gaan zwemmen. Wanneer de pen verdwijnt, dan geef ik eerst lijn, vervolgens sluit ik de beugel en houd de hengel voor me uit in de stand 11 uur. Het is belangrijk om de hengel heel soepel vanuit de pols vast te houden, want we laten net als overdag de snoekbaars de lijn strak lopen op de hengeltop. Alleen kunnen we de richting waarin de vis zwemt pas op het allerlaatste moment bepalen, wanneer we de vis op de hengeltop gaan voelen. Op dat moment voelen we de snoekbaars een bepaalde kant optrekken. Die soepele pols scharniert eerst iets mee in die richting waarna we de haak contra de zwemrichting kunnen zetten, hetgeen naar mijn ervaringen de beste aanslag is.

Gedrag 's nachts

Ik zei het al eerder: er is met enige zekerheid vast te stellen dat het gedrag van de snoekbaars 's nachts anders is dan overdag. Ik vis zelf graag met kunstaas, maar dat beperkt zich overdag tot het vissen langs de bodem. Ik heb het 's nachts echter regelmatig meegemaakt dat snoekbaars vlak onder het wateroppervlak jaagt, waardoor er 's nachts met kunstaas ook leuke nieuwe mogelijkheden ontstaan. Voor het vissen met kunstaas is een bepaalde mate van zicht belangrijk, dus doe ik dit alleen maar als er sprake is van een enigszins heldere nacht. Vooral langs de oevers van onze plassen kun je met kunstaas leuk succes hebben. Drijvende Rapala plugjes, twisters en dognobblers (vliegenhengel) zijn dan favoriet. Dit betreft overigens de nachten dat ik niet met de boot voor anker lig maar driftend vis met mijn door de voet bediende elektromotor. Als je veel met kunstaas vist dan is zo,n motor werkelijk schitterend.

Onmisbare attributen

Een feilloos werkende zaklantaarn is een noodzaak. Ook 's nachts moet er met het vistuig gefröbeld worden, en de snoekbaars heeft nog steeds geen verlichting in de bek (onthaken). een extra thermosfles met koffie of soep maakt ons nachtelijk verblijf aangenamer. Neem warmere kleding mee dan overdag, ook in de zomer! Vooral tijdens de bewolkte nachten vissen we zelf passiever en dan krijg je het sneller koud. Goede kleding voor ons doel is warm, winddicht, absoluut waterproof en moet ons bovendien bewegingsvrijheid geven. Eigenlijk een haast onmogelijke combinatie in een kledingstuk. Bij gebrek aan beter heb ik 's nachts meestal zo'n bekende groene overall aan. In het gunstigste geval zijn ze redelijk warm en winddicht. Nadeel voor de actieve visser vind ik, dat zelfs het slankste kereltje verandert in een soort "hulk" met een grote draaicirkel. Mogelijkheden voor snelle flitsende bewegingen behoren in zo'n pak tot het verleden, maar het ergst is nog als er een "full-time" regenbui uit de lucht komt. Zonder uitzondering zijn alle overalls die ik ooit heb gehad (helaas zijn dat er vele), op dit punt door de mand gevallen. Momenteel ben ik een overall van het merk "DINO" (gevoerd door de firma "Sumi Trading") aan het uitproberen. Deze firma heeft altijd kleding gemaakt voor motorrijders. Volgens Sumi Trading "de harde leerschool" voor kledingfabrikanten, en daar zit wat in. Uiteraard kom ik na een paar maanden testen terug op dit pak. Negatieve kritiek van mijn kant zal volgens de fabrikant ter harte worden genomen, waardoor het pak wellicht nog kan worden verbeterd. Zullen we dan eindelijk "het" pak krijgen?

Ouderwetse bommenwerper

Ik had het zo even over rust. Vissen we met aasvisjes, dan is een zuurstofpompje belangrijk. Nu stoor ik me overdag al aan het op een ouderwetse bommenwerper gelijkende geluid van die dingen, maar 's nachts is dat helemaal niet om te harden! Eigenlijk is het ongelofelijk knap van de ontwerper, dat-ie een klein pompje heeft gemaakt waaruit zo'n waanzinnige hoeveelheid lawaai kan komen. Qua hanteerbaarheid zijn ze natuurlijk wel handig, maar ik heb jaren geleden toch een betere oplossing gevonden in de Amerikaanse pompen van Snibbe International. Die leveren een complete "lijn" van luchtpompen, en pompen die als een lenspomp het water opzuigen en dat via een slang met een sproeistuk weer in dezelfde bak spuiten, waardoor ook zuurstofontwikkeling ontstaat. Ze leveren ook levendaas emmers met een ingebouwde luchtpomp. Deze pompen zijn zo stil dat je in het begin vaak helemaal niet in de gaten hebt dat ze aanstaan! (Verdere bijzonderheden volgen in de rubriek: Onder water/Boven water). Vergeet trouwens ook 's nachts niet uw fototoestel met flits. De meeste onder ons hebben voornamelijk dag-visfoto's. Zo'n nachtfoto van uw vangst is echter beslist een sfeervollen aanwinst voor uw albums.

Terug naar het begin van de pagina "archief nachtvissen op snoekbaars"  

Terug naar het hoofdstuk archief!

Terug naar de inhoudspagina!