Bij dit archief onderwerp kun je voorlopig 4 artikelen verwachten.

B. Archief jigs:

De jig het allerbeste kunstaas geschreven door John van Helvert

De jig het beste kunstaas voor snoekbaars door John van Helvert  

Dikke biggen aan felle jiggen door Joop Folkers in 1994

Kunstaas vissen met jig en twister door Bertus Rozemeijer

 

De jig het allerbeste kunstaas?

Hoewel het plugaanbod destijds nog niet zo groot was, waren er vissers die beslag hadden weten te leggen op een drijvende plug met verstelbare schoep. Zo'n ding kon dan op zes verschillende dieptes het water "afsnuffelen". Dit alles benadrukte een bepaalde veelzijdigheid. Tegenwoordig is dat anders.

Vangen?

Kunstaasfabrikanten, zeker die uit Amerika, zijn bijzonder creatief. Niets is te dol! Afgezien van de vele nieuwe vormen en de honderden kleuren, zitten er ook grappige vondsten tussen. Zo las ik laatst in een tijdschrift over een plug, waar de lijn centraal doorheen loopt naar het achtereind, waar een veren jig met een dreg bungelt. Als je tijdens het binnendraaien ziet dat een vis de plug wel volgt, maar niet pakt, kun je door te stoppen met binnendraaien (waardoor de spanning van de lijn afneemt), de aan het achtereind van de plug bungelende jig voor de bek van de vis laten zakken. Deze zal, verrast door de plotselinge menuverandering, zeker alsnog aanbijten.

Die "Ouwe" jig

Wat betreft mijn vertrouwen in een bepaald type kunstaas, zou ik hier een lans willen breken voor de jig. Ondanks alle kunstaasjes waar ik ooit mee heb gevist, blijf ik de jig trouw, niet als alleen zaligmakend, maar wel als het allerbeste allround kunstaas. Tevens een spotgoedkoop "kunstaasje" dat als het moet nog eenvoudig zelf te maken is ook. Voor drie kwartjes koop je al een jigkopje. Bijna iedereen lukt het wel om er daarna een plukje geitenhaar op vast te knopen. De visser die graag experimenteert, zal al spoedig de nodige variaties weten te fabriceren. Lichtere of zwaardere kopje, grotere of kleinere plukken haar, andere kleuren. Sommigen schuiven over het geitenhaar het geribbelde lijfje van een twisterstaart. De twisterstaart zelf is er dan afgeknipt. Wat voor type jig u ook koopt of maakt: hij is goedkoop en er is waanzinnig veel vis mee te vangen.

Geen actie?

Bijna alle soorten kunstaas die je kunt kopen hebben een soort standaard actie ingebouwd. Jigs niet! Met "standaard"-actie bedoel ik: je werpt het kunstaas in, en alleen al door het binnendraaien beweegt het aas slingerend, duikend, vibrerend of elke andere denkbare combinatie daarvan. Weliswaar is de "standaard"-actie zelden de verleidelijkste, maar toch! Als die jig nu "van zichzelf" geen actie bezit, hoe kan het dan toch zo'n goed kunstaas zijn? Welnu, de visser brengt de jig tot leven. Na het inwerpen laten we de jig tot op de bodem zakken. Daarna vissen we hem binnen met korte en/of lange huppeltjes, stukjes kruipend over de bodem, zijwaartse bewegingen (door de hengel van links naar rechts te bewegen) enz. Aangezien elke visser dat op zijn eigen manier doet, kan één en dezelfde jig, gevist door verschillende vissers, afwijkende resultaten geven. Dit is te vergelijken met een marionet. Deze wordt d.m.v. touwtjes tot leven gebracht. Elke marionettenspeler kan zo een bepaald "temperament" geven aan een pop die van zichzelf verder levenloos is. Afgezien van enkele uitzonderingen, is de jig ook het enige kunstaas, dat zeer gemakkelijk op de bodem te vissen is. De combinatie van het zelf actie geven aan de jig, samen met een optimaal bodemcontact, maken de jig voor mij het leukste (en tevens beste) allround kunstaas.

Soorten actie

Wat betreft de verschillende soorten actie die je aan de jig kunt geven, zijn de mogelijkheden haast onbegrensd. De illustraties laten er slechts enkele zien. Wat natuurlijk ook een zeer groot voordeel is van de jig: je hoeft vanwege de kostprijs geen "verspeelangst" te hebben. Zeker als er vanaf de kant wordt gevist, slaan plugvissers wel eens bepaalde plekken, waar het bijna zeker is dat de boel één op de vijf worpen muurvast zal komen te zitten, over. Een beetje plug kost al gauw een paar tientjes! Niemand zal het leuk vinden om op een middagje vissen een stuk of tien te verspelen (behalve de fabrikanten dan natuurlijk). Welke actie we de jig ook geven - als we deze op de bodem willen vissen is voortdurend bodemcontact erg belangrijk. We zullen de jig na het inwerpen altijd tot op de bodem moeten laten zinken, alvorens we de beugel van de molen sluiten. Daarna gaan we hem pas onze zelf bedachte actie geven.

Tussen water en wind

Aan de ene kant is het kunstaasvissen in onze contreien sterk komen opzetten vanuit Amerika, en aan de andere kant nemen de Amerikanen ook wel bepaalde dingen van ons over. Twee jaar geleden maakte ik deel uit van een, door Lowrance gearrangeerde, visreis op de French River in Canada. Er werd o.a. op snoekbaars (Walleye) gevist. Bijna alle collega's visten met jigs. Op de visvinder kon ik echter duidelijk zien dat de snoekbaars gemiddeld twee meter van de bodem af zat. Doordat je dan hoger moet vissen, en dus geen bodemcontact meer hebt, vond ik het zelf moeilijk om met de jig te vissen. Dientengevolge viste ik als enige met ons vertrouwde "Hollandse" drijvende-schuifpen-systeem, twee meter van de bodem af met levend aas. Prachtig natuurlijk in dat langzaam stromende water. Mijn collega's visten bijna allemaal voor de bodem en vingen nagenoeg niks. Groot was de verbazing, ook bij onze Indiaanse visgidsen, toen die "Crazy Dutchman" elke drift zijn snoekbaarsje ving. In ons gedeelte van de rivier was in dat jaargetijde inderdaad erg veel kleine snoekbaars, maar vangen is vangen, nietwaar?

Jig met snoekbaarspen

Enkele collega's wilden niet achterblijven met vangen en vroegen een "Dutch bobber", oftewel schuifpen te leen. "No problem" zei ik, en deelde er enkele uit. Ook het maken en functioneren van een stuitje was snel uitgelegd. Amerikanen zijn bepaald niet eigenwijs als ze zien dat jij meer succes hebt. Of toch...? Geef een Amerikaan een snoekbaarsschuifpen en wat doet ie ermee? Net als wij: vissen met kleine visjes als aas? Nou nee. Je zet die schuifpen op de lijn, en hangt er vervolgens toch gewoon weer een jig aan? Toen heb ik m'n ogen uitgekeken! Ze zetten de stuit op de diepte waar de snoekbaars op de visvinder te zien was, en knoopten een jig aan. Nu wisten ze precies hoe diep de jig zich in het water bevond. Tijdens de drift gaven ze regelmatig kleine rukjes aan de lijn, net zoals je de jig op de bodem kunt vissen. En ze vingen nog ook ...! Vissers die niet eigenwijs zijn, en bereid iets nieuws te proberen, en dan ook nog meteen een geheel nieuw systeem van jigvissen bedenken, dwingen natuurlijk bewondering af. Of het nou alleen door die gebeurtenis is gekomen weet ik iet, maar de laatste tijd zie je in verschillende Amerikaanse bladen, beschrijvingen van deze manier van jigvissen. In Nederland is dit systeem ook prima te gebruiken op plekken waar enige stroming aanwezig is. Net als met natuurlijk aas, zal een opsteker of wegtrekker een aanbeet kunnen betekenen.

Dood visje

Er zijn dagen dat zelfs de jig ons in de steek laat. Urenlang hebben we hem over de bodem laten huppelen. Langzame huppels, snelle huppels, combinaties van huppels en heel even laten liggen. We hebben andere variaties geprobeerd: vissend van diep naar ondiep of andersom. Op sommige stekken hebben we de boot "bovenop" de vis gelegd, en soms minutenlang de jig, verticaal op en neer bewegend, op één en dezelfde plek laten springen en dansen, net als een pilkertje - geen bewijsje! Regelmatig biedt de jig/dood aas-combinatie dan uitkomst. Op de haak van de jig zet je een klein door visje en vist vervolgens het geheel weer als een jig. Sommige dingen zullen in de sportvisserij altijd wel moeilijk te bewijzen blijven. Zelf geloof ik erin dat zoiets op bepaalde dagen een verschil kan maken, maar ik wil u dit niet aanpraten. Iedereen moet met vissen zijn eigen "zekerheden" ontdekken. Iets nieuws proberen kan natuurlijk nooit kwaad.

Lokstoffen

Zo ben ik zelf al enige tijd bezig te experimenteren met een nieuw soort lokstof: Sprakl Scales, van de Amerikaanse lokstoffengigant Flow-Rite. Het is bekend dat het reukorgaan van de vis een belangrijk zintuig is om voedsel mee op te sporen. Zoals ik al eerder zei: op sommige dagen taalt roofvis niet naar kunstaas. In het gunstigste geval volgen ze het even - misschien uit nieuwsgierigheid? Met de combinatie jig/dood aas, heb je de reuk en substantie van een echt visje, en kun je dat dode visje d.mv. die jig elke denkbare actie meegeven. Iets dergelijks doe je ook wanneer je een lokstof op de jig smeert. Het leuke van die Sparkl-Scales is dat er in de lokstof duizenden kleine glittertjes zijn verwerkt. Tijdens het binnenvissen weekt de lokstof los van de jig, en laat een glinsterend reukspoor achter zich. De fabrikant verklaart dat dit een zojuist aangevallen visje moet suggereren. Of de snoekbaars dat ook zo ziet is zeker niet ondenkbaar, maar erg moeilijk te bewijzen... In ieder geval is zo'n lokstof wel makkelijk, om altijd in de tas te hebben zitten. Vooral de specifieke kunstaasvissers zal het gemak daarvan inzien.

Tips

Zorg dat het gewicht van de jig overeenstemt met het werpgewicht van de hengel. Om met deze visserij te beginnen zou ik een spinhengeltje adviseren met een werpgewicht van ongeveer 10 gram. Een molentje opgespoeld met 18/00 completeert het geheel. Jigs tot 10 gram laten zich dan prima vissen in normale weersomstandigheden bij waterdieptes tot zo'n 5 tot 6 meter. Mocht blijken dat u verknocht raakt aan deze visserij, dan geeft een tweede (zwaardere) spinhengel nog meer mogelijkheden. Stel dat er veel wind staat, of u vist in water met een diepte van 12 meter, dan heeft u met een 10 grams jig echt geen optimaal bodemcontact. Een 20 à 25 grams jig biedt dan uitkomst. De zwaardere spinhengel vraagt dienovereenkomstig ook om een zwaardere lijn: 24/00 bijv. Zelfs vis ik wat dikker nylon graag in combinatie met een werpreel. Moderne lichte spinmolen hebben bijna allemaal slanke spoeltjes, waar iets dikker nylon gemakkelijk afspringt. Op een werpreel heb je daar geen problemen mee. Ook een ultralichte 4 grams spinhengel kan een aanwinst betekenen: in ondiep water bijv., als er subtiel gevist mot worden met 3 grams jigs.

Het allerbeste?

Ik vind het zelf schitterend om een hoog teruggeviste plug gegrepen te zien worden door een knappe snoek. Zo kan ik me in bijna elk type kunstaas wel vinden. Als je echter alles tegen elkaar afweegt, dan is de jig in bijna elke type water te vissen, kan er aan de jig elke gewenste actie gegeven worden, zijn er gemakkelijk extra's aan toe te voegen voor meer vangkracht, en ... hij is spotgoedkoop. De jig het allerbeste kunstaas? Ik vind van wel!

John van Helvert

Terug naar het begin van de pagina "archief jigs"  

De jig het beste kunstaas voor snoekbaars.

Naar mijn mening is er inderdaad geen beter kunstaas voor de snoekbaars dan de jig. Waarom? Wel, afgezien van de visserij met downriggers, vissen we op snoekbaars meestal pal tegen de bodem. Een snoekbaarsstek heeft over het algemeen een grillig bodemverloop. Uitgeworpen kunstaas dat horizontaal wordt binnengevist, loopt op dit soort stekken bijna altijd vast. Daarom is het beter m voor een type kunstaas te kiezen waarmee uitstekend verticaal is te vissen.

Uiteraard moet dan het contact met de bodem steeds optimaal zijn. Het zou ideaal zijn wanneer dit kunstaas van zichzelf geen uitgesproken actie heeft, want dan kunnen we het zelf meer of minder gecontroleerd tot leven laten komen (afhankelijk van de stemming van de snoekbaars). Bovendien dient een verticaal te vissen kunstaas geen losbungelende dreggen te hebben, maar één grote enkele haak die vast is gemonteerd. Om tegemoet te komen aan verschillende waterdieptes, moet dit kunstaas verkrijgbaar zijn in elk gewenst gewicht en eventueel zelf gemakkelijk te vervaardigen zijn. Het enige kunstaas dat aan al deze criteria voldoet, u raadt het, dat is de jig. Tien jaar geleden was er keuze tussen geitenharen jigs en veren jigs, meestal slechts in twee werpgewichten. De laatste jaren is er een fantasierijk assortiment aan jigs uit de Verenigde Staten geïmporteerd. Uit Amerika is ook de verticale vistechniek in combinatie met de elektromotor overgewaaid. Ik denk dat we daar blij mee mogen zijn, want met geen andere techniek is in korte tijd zoveel snoekbaars te vangen! Afgezien van het kleurenaanbod is er vooral een verscheidenheid ontstaan in de vorm van de jigkoppen. Vroeger waren deze meestal rond of ovaal. Nu zie je steeds vaker bredere halfronde koppen, soms vrij platte, die niet omrollen op een harde bodem. Ook op een zachte bodem voldoet deze vorm beter, want ze zakken minder snel "in" de bodem. Bij het binnenvissen van een jig met ronde kop lijkt het, alsof we de boel even moeten lostrekken. De inhakingskans van de jig is op zijn best, wanneer deze steeds zodanig op de bodem terecht komt dat de haakpunt omhoog staat; met de plattere koppen gaat dat perfect.

Twisterlijfjes en stingerhooks

De basis van de moderne jig bestaat uit look met daarin vastgegoten de haak. Vanaf deze grondvorm ga je 'm verder "opbouwen". Soms inderdaad met veren of geitenhaar, maar vaak wordt over het geitenhaar nog het lijfje van een twister geschoven waarvan het staartje is afgeknipt. Dit geeft de snoekbaars een "natuurlijker" gevoel als hij in de jig hapt. De praktijk bewijst dat snoekbaars daardoor de jig net even iets langer in de bek houdt. Dit brengt het percentage missers weer iets omlaag! Op de Amerikaanse jigs zit achter het oogje voor de lijnbevestiging vaak nog een tweede oog. Dat is erop gezet voor de zogenaamde "stinger-hook": een stukje koperdraad met een klein dregje. Soms beazen we namelijk de jig met een klein dood visje. Op dagen dat snoekbaars niet zo gulzig is en het aas nauwelijk in de bek pakt, brengt dat tweede haakje uitkomst. Het wordt met één haakpunt in de rug van het visje gezet, zodat er een takeltje ontstaat met een grotere inhakingskans. Tegenwoordig kun je voor een paar tientjes een flinke lading jigkopjes kopen, waarmee je een heel seizoen voort kunt. Bij de betere hengelsportzaken zijn vaak ook loodmalletjes te koop waarmee jigkoppen zelf te maken zijn. Dit is echter door de vrijkomende looddampen een vrij ongezonde bezigheid en mijns inziens loont het meer de moeite om kostbare tijd te gebruiken voor een fantasierijke aankleding van de jigkoppen. Maak allereerst een voorraadje "normale" geitenharen jigs in verschillende werpgewichten (3-15 gram). Voer een aantal van die jigs eens uit met als extra een lichaampje van een twisterstaart. Een andere variant ontstaat door op de jigkop rubbersliertjes samen te binden. Het aldus verkregen "Hawaï-rokje" beweegt verleidelijk in het water en menig glasoog is daar al ingetuind. Laat enkele jigkoppen "kaal", en rust ze uit met de extra "stinger-hook", zodat er snel een visje op kan worden gemonteerd.

De visserij met jigs

Natuurlijk kun je een jig uitwerpen en - terugtikkend met de hengeltop - steeds wat lijn binnendraaien. Dat is nog altijd de meest toegepaste manier en wanneer niet vanuit een bootje wordt gevist, de enig mogelijke. De reputatie het accuraatste kunstaas te zijn, komt echter pas tot uiting bij de verticale jigtechniek, en daarbij dient gewoonlijk vanuit een boot te worden gevist. Alleen vanaf havensteigers, "schone" kademuren etc. valt immers ook zonder boot recht naar beneden te vissen... Vanuit een bootje vissen we door deze over de stek heen te laten drijven en de jig verticaal huppelend, over de bodem te bewegen. Tenzij we tegen een talud opdrijven (of afdrijven), hoeven we geen lijn binnen te draaien. Dit betekent dat we eventueel met twee jighengels tegelijk kunnen vissen, één in elke hand. Door verschillende jigs in te zetten komen we snel aan de weet welk type jig (deze visdag!) voor ligt. De verschillende uitvoeringen van fabrieksmatig geproduceerde jigs vallen in de volgende soorten onder te brengen

Lindy Fuzz-e-grub

"Lindy is een Amerikaans merk kunstaas en de Fuzz-e-grub jigs werden ontwikkeld door de bekende Yankee- snoekbaarsvisser Babe Winkelman. Deze jig bestaat uit een ronde gekleurde kop (ze voeren een breed assortiment kleuren), waarop een pluk zacht maraboe is gebonden. Over de haaksteel is een lijfje geschoven van het geleiplastic waarvan ook twisters worden gemaakt. De viswijze van de Fuzz-e-grubs is gelijk aan die van gewone jigs. De combinatie van het elegante maraboe en het voor de snoekbaars natuurlijk aanvoelende lijfje, zorgt ervoor dat dit zeer goede vangers zijn. Natuurlijk is dit type jig ook weer gemakkelijk zelf te maken. Jigkopjes (eventueel schilderen), maraboe en twisters waarvan we het staartje afknippen, zijn de ingrediënten voor de doe-het-zelvers. Lindy levert deze jigs in vier gewichten: 1,8, 3,6, 7,2 en 10,6 gram

Veren jig

Deze veren jigs bestaan uit een ovale jigkop met een centraal gat, waar de lijn doorheen kan worden gevoerd Achter de jigkop is een combinatie van rood/witte veren gemonteerd van het soort dat ook voor de bekende verenpaternoster wordt gebruikt. Aangezien de jig zelf geen haak heeft, kiest men zelf voor een bepaald type haak. Eerst wordt de lijn vanaf de voorkant van de jig door het centrale gat gevoerd, waarna de haak wordt gemonteerd. Vervolgens trekt men de lijn met de haak terug in de camouflage van rood/witte veren. Zelf gebruik ik bij deze jig een blauwe Aberdeen-haak maatje 1/0 of 2/0. Dit zijn redelijk dunne, scherpe haken met een ruime bocht.

Geitenharen jig

Traditioneel bestaat deze jig uit een ronde jigkop met een lange dunne haak van het Aberdeen-type. Op de haaksteel is een pluk geitenhaar (of iets wat daar op lijkt) gebonden. Het geitenhaar is over het algemeen wit maar een combinatie met wat rood geverfd haar er tussendoor doet het erg goed Dit type jig is zelf zeer eenvoudig te maken. Voor de jigkoppen gaat mijn voorkeur uit naar de modernere platte jigkoppen om eerder genoemde redenen.

Cabela walking jig

Cabela is een Amerikaanse groothandel in "alles" wat met sportvissen te maken heeft. De firma verkoopt veel merkproducten, maar sommige artikelen laten ze zelf vervaardigen; zo ook de "Walking Jig". De kracht zit in de revolutionaire vorm van de jigkop: plat aan de onderkant (voor stabiliteit op de bodem), een langwerpig lichaam (weinig waterweerstand, maar toch een behoorlijk gewicht), aan de bovenkant oplopend naar achteren waar de haak uit het loodgewicht komt (extra stabiliteit). Aan de achterkant is een tweede oogje gemonteerd dat vele mogelijkheden biedt: bevestiging van een spinnerblad(extra vibratie in troebel water), bevestiging twisterstaartje (waardoor deze jig ook langzaam trollend of werpend kan worden gebruikt), bevestiging "stinger-hook" (meer inhakingskans wanneer de jig wordt beaasd met een visje). De Walking Jig is verkrijgbaar in drie gewichten: 3,6  7,2 en 10,6 gram.

Northland Fire Ball Jig

Northland is de laatste USA-kunstaasfabriek in dit rijtje. Deze jig is gemaakt om met levend of dood aas te worden gebruikt. Karakteristiek is de zeer korte haaksteel. De kop is rond en er zit een extra oogje aan vast voor een "stinger-hook". Een opvallend detail is dat de bocht van de haak buitengewoon ruim is ten opzichte van de haaklengte. Dit is gedaan om de jig een groter inhakingskans te geven. Deze jig is verkrijgbaar in de gewichten 1,8, 3,6, 7,2 en 10,6 gram. Hij wordt dus met natuurlijk aas gevist. In tegenstelling tot de vorige modellen wordt hij niet omgetoverd in een levendige, irritant op en neer huppelende prooi, maar je tilt de jig steeds rustig van de bodem op en laat hem vervolgens ook weer zachtjes zakken. Op dagen dat het belangrijk is om de snoekbaars het aas recht voor de bek te zetten, is dit de jig waarmee dit zeer nauwkeurig kan worden gedaan.

Jig a whopper walleye hawger

Ook Jig-a-whopper is een Amerikaanse kunstaasfabrike die onder andere de Walleye Hawger produceert. In tegenstelling tot de klassieke jig heeft de Walleye Hawger wel een ingebouwde actie. De jigkop is zeer langgerekt en heeft een bepaalde kromming. Daardoor zwabbert hij bij horizontaal binnendraaien en wanneer je hem een metertje van de bodem omhoogtrekt. Laat je 'm aan een slappe lijn terugvallen, dan fladdert hij met de actie van een lepel. Karakteristiek voor een jig is altijd dat de enkele haak vast met het kunstaas is verbonden; zo ook bij de Walleye Hawger. Op sommige dagen loont het om op de haak een klein dood visje te zetten. Afgezien van het visuele aspect, gaat de jig dan ook naar vis ruiken. Uiteraard kunnen we tevens de diverse soorten kunstaas insmeren met het spul uit één van de flesjes "stinkie-stinkie", van lokstoffengiganten als Berkley en Flow-Rite. Om de ingebouwde actie van de Walleye Hawger goed tot zijn recht te laten komen, vis ik deze jig aan een soepele lijn van 18/00. Vis dit kunstaas op een bodem waar de zijdelingse fladderactie de ruimte heeft. Het heeft bijv. weinig zin om de de Walleye Hawger boven de stek te vissen die stijf staat van de takken of andere obstakels. De Walleye Hawger is verkrijgbaar in drie gewichten: 3,6, 7,2 en 10,6 gram.

Waar zijn de jigs verkrijgbaar

De klassieke jigs zijn bij de meeste hengelsportwinkels te koop. De uit Amerikaanse import afkomstige modellen zijn minder wijd verbreid verkrijgbaar: ik weet dat Peeters Hengelsport Amsterdam "De Walking Jig, "De Walleye Hawger en "De Northland-Fire-Ball jigs" kan leveren, maar ze zijn wellicht ook elders leverbaar. Via het dealernet van Bruins Boxmeer zijn de Fuzz-e-grub-jigs te koop.

De jig, het beste kunstaas voor de snoekbaars?

Natuurlijk is at een persoonlijke uitspraak, maar de enorme veelzijdigheid van de jig kan niemand ontkennen. Bovendien is de jig zonder meer het goedkoopste kunstaas en tenslotte is het maken van jigs een bezigheid die gemakkelijk is voor jong en oud. Er zijn nog geen "jigbind-clubs" in Nederland, maar het is misschien best een leuk idee (voor een visvereniging) om eens een dergelijke knutselactiviteit op poten te zetten....

John van Helvert

Terug naar het begin van de pagina "archief jigs"  

 

Dikke biggen aan felle jiggen

Baars, snoekbaars en snoek zijn goed op langharige jiggen te vangen. Hoe ze te maken en hoe ermee te vissen, vertelt Joop Folkers in dit artikel.

Na de kortstondige aanval van Koning Winter, eind december 1992, kwamen we in onstuimig regenachtig weer terecht. 's Avonds belde een vismaat een vroeg of ik zin had om eens mee te gaan jiggen in het binnenwater. Voor veel snoekbaarsvissers is dit misschien iets nieuws, maar hij ving veel grote snoekbaar, snoek en uiteraard baars aan de voor ons vertrouwde zeebaarsjigs.

Grote baarzen

De volgende dag vertrokken we richting Delft. Daar had je zat kanalen, grenzend aan mooie poldersloten. Regen, hagel en niet te vergeten windstoten met kracht 9 bepaalden het weer die dag. Maar toch ..., na drie worpen was aanbeet nummer één een feit. Kort, maar fel werd mijn jig getrakteerd op enkele venijnige stoten. Het bleek een baars te zijn en voor hij besefte wat er gebeurde, lag hij al in het gras. Door de stormachtige wind was het exact plaatsen van de jig vrijwel onmogelijk. De plotselinge windstoten maakten de jig compleet onbestuurbaar. "Rustig langs de kant lopen en de jig langzaam over de bodem laten dansen levert ook vaak goede resultaten op", aldus mijn vismaat. Het duurde op deze manier nog geen vijf minuten voor zijn jig aan de beurt was. Precies op de stek war hij de dag ervoor een snoek van 104 cm wist te verleiden, was het nu weer raak. 97 hele centimeters, een prachtig gaaf exemplaar! Dit was werkelijk echte "fun", en al snel werd besloten de volgende dag het Westland onveilig te maken. Met onze jig

Waarom deze jigs?

Het gebruik van deze jigs komt eigenlijk voort uit luiheid. Mijn maat begon ermee te vissen, omdat hij geen zin had om lichtere jigkoppen te binden. De eerste jigs die kennis maakten met het zoet water waren gebonden in de kleur wit (90%) met een blauw ruggetje. Dodelijk aas voor vriend zeebaars. Het gewicht was 13 gram precies. Maar al snel bewees deze jig zijn vangkracht in het zoete water. Wel kunnen we hierbij direct vermelden dat het uitsluitend om snoek ging. We weten hoe gevoelig zeebaars kan reageren op kleurveranderingen. Dus werd ook neef snoekbaars aan deze test onderworpen. En ja hoor, na enkele dagen experimenteren bleek onze snoekbaars geen weerstand te kunnen bieden aan geeloranje gebonden jiggen, welke waren versierd met wat strengetjes glitter.

Makkelijk zelf te maken

Dit soort jigkoppen zijn vrij eenvoudig zelf te maken. Vrijwel iedere hengelsportzaak verkoopt tegenwoordig goede jigmallen. Uiteraard zijn ook kant en klare jigkoppen verkrijgbaar. Let wel altijd goed op de sterkte van de haak. Een te slappe haak buigt gegarandeerd uit tijdens de dril van juist die mooie vis! Om het voor de vis allemaal wat aantrekkelijker te maken verven we de koppen geel. Een zwarte, watervaste viltstift zorgt voor een oog aan beide zijden, en we kunnen starten met het binden van de jig. Hiervoor gebruiken we bucktail in de kleuren geel en oranje. We kiezen voor rode wikkelzijde. Knip twee kleine plukjes (0,5 cm doorsnee) van de gele staart en één plukje van de oranje staart. Bind nu eerst de gele plukken in en daar bovenop de oranje pluk. Voorzie het geheel van wat strengetjes glitter en trek voordat je de wikkelzijde vastknoopt het geheel nog eens behoorlijk strak aan. Je zult zien dat de haren nu als het ware open gaan staan, waardoor het geheel mede dankzij de paarlemoerkleurige twister een natuurlijke beweging maakt op het moment dat je het door het water trekt.

Manier van vissen

In tegenstelling tot de zeebaars, die we overwegend hoog moeten zoeken, zoeken we onze zoetwaterrovers in de wintermaanden dicht tegen de bodem. Laat na de worp de jig even naar de bodem zakken en begin daarna langzaam binnen te draaien. Beweeg tijdens het binnendraaien de hengel langzaam. De jig "springt" nu als het ware over de bodem. Ook het al eerder beschreven "wandelen" langs de kant, waarbij de jig langzaam op en neer wordt bewogen, is een zeer goede methode. Aanslaan betekent in de regel een misser. De vis haakt zich door de scherpe haak bij een aanbeet meestal zelf. Waarschijnlijk zal dit tijdens de zomermaanden wel anders zijn, omdat deze vissoorten dan wat fanatieker bijten dan in het winterseizoen. Nu zal het veelvuldig voorkomen dat snoek, en soms ook snoekbaars, de jig tot dicht onder de kant volgt en niet aanvalt. Meestal gaat dit gepaard met een grote kolk of een flits van de vis. Beweeg op zo'n moment je jig enkele minuten op dezelfde stek op en neer. In de meeste gevallen ben jij winnaar. Vergeet overigens nooit een stalen onderlijn. Met deze jigs het je het namelijk niet voor het uitkiezen.

Joop Folkers

Terug naar het begin van de pagina "archief jigs"  

Kunstaas vissen met jig en twister.

Vissen met kunstaas is over het algemeen genomen niet zo moeilijk als vaak wordt gedacht. Natuurlijk, er komt wel wat meer bij kijken dan het achteloos inwerpen en terugvissen van een stuk metaal, hout of plastic. Heel belangrijk acht ik een beetje fantasie bij het gebruik van kunstaas. Er moet zoveel mogelijk worden "uitgehaald". Het kunstaas moet leven, lijken op iets wat de aandacht van de roofvis trekt en wel op zo'n manier dat het onweerstaanbaar voor de rovende vis wordt. Of het om eetlust gaat, of om agressie (zelf ben ik de laatste "stelling" het meest toegenegen) maakt niet uit. Als het maar voor de nodige vis zorgt.

De verschillende soorten kunstaas (we hebben het al over het gebruik van spinner en plug gehad), vragen ieder om een eigen manier van vissen. Het materiaal bijvoorbeeld is bij gebruik van een spinner zelden zwaar. Moet er met een spinner op snoek worden gevist, dan zal de keuze op hengels met een werpvermogen tussen de acht en vijftien gram vallen. Pluggen zijn in veel gevallen behoorlijk zwaarder. Een hengel waarmee rond de vijftien gram kan worden geworpen is in veel gevallen nog aan de lichte kant! Beter lijkt het om voor het vissen met een plug een hengel te kiezen die tenminste twintig gram weg kan zetten. Hoe anders is dat weer bij gebruik van jiggen en twisters. Daarmee gaan we terug naar hetzelfde materiaal dat we gebruikten voor de diverse spinners.

Jig en twisterkop

Dat er vele modellen twisters bestaan is u wellicht bekend. Met jiggen ligt dat anders. Om meer dan een pluk Amerikaanse geitenhaar op een haaksteel of een handje saddle-hackels (zadelveren van een haan, waarom zeg je dat meteen niet?) gaat het niet. Jig- en twisterkoppen echter zijn er weer in een scala aan vormen. Natuurlijk, ook de jigkop is in verschillende gewichten verkrijgbaar. Ze zijn er van ultralicht (drie gram) tot aan kokkers van ruim honderd gram. Over dergelijke hoge gewichten zullen wij het verder niet hebben. Onder normale omstandigheden is een gewicht van tien tot vijftien gram al heel wat.

Belangrijk is ook de vorm van een jigkop. Zelf gebruik ik steeds meer de zogenaamde muntvormige koppen, hoewel ook de kogelvormen voldoen. Het waarom van een muntvormige kop is snel uit de doeken gedaan. Ons water bevat nogal wat obstakels. In het beste geval worden obstakels snel afgedekt met driehoeksmosseltjes (die overigens heel wat vis aantrekken). Vissen tussen recent gezonken afval is evenwel vragen om moeilijkheden. We doen er niets anders dan kunstaas verspelen. Eenmaal met mosselen begroeid wordt dat beduidend minder. Een beetje jigkop "loopt" er met gemak overheen. Toch wil juist een ronde kop nogal eens vastlopen tussen de openingen in de mosselbedjes. Een muntvormige jigkop loopt echter duidelijk minder snel vast, omdat deze vorm een groter draagvlak heeft. Ook daar waar de bodem zacht is (overigens niet de beste stekken!) draagt deze kop beter. Hij zinkt minder snel in de bodem weg en is daardoor ook onder dergelijke omstandigheden te prefereren.

Staarten, veren en haar

Op de jigkop wordt de staart bevestigd. Een goede kop is uitgerust met een boven de kop meegegoten weerhaak waarop de toch vrij kwetsbare staart moet worden geschoven. Wie zelf zijn jiggen van veren of haar wenst te voorzien doet er goed aan ook voor dergelijke koppen te kiezen. De wikkeling kan nooit meer opschuiven, waardoor het materiaal op zijn plaats blijft. Overigens: het fabriceren van een jig met behulp van haar of veren is een fluitje van een cent. Maak eerst een onderlijfje van wikkelgaren. Daarna één voor één de veren of kleine toefjes haar inbinden tot heel de steel met veren (een stuk of tien is al heel wat) of haar is afgedekt. Het wikkelgaren slag na slag netjes naast elkaar op de steel aanbrengen en afbinden met halve steken. Zelf houd ik haren vrij kort, veren iets langer. (ik heb iets tegen lange veren of dito twisterstaarten). Daarmee komen we bij een volgend punt aan. Ik heb al gezegd dat er nogal wat uitvoeringen van de twister bestaan. Het origineel bestond uit een enkele staart zoals we die nu nog vaak zien. Er mankeert niets aan. Het gevolg was een dubbelstaart die niet beter ving dan de enkelstaart hoewel: in troebel water valt de dubbelstaart wat beter op. Tegenwoordig worden we overladen met varianten in de vorm van kikkers, salamanders, vissen, dauwpieren en zelfs slangetjes. Een goede zaak, want het is altijd prettig als we kunnen kiezen. Zelf ben ik de aloude enkelstaart nog steeds trouw. Reden: met een enkelstaart kan ver worden geworpen (minder weerstand in de lucht dan bijvoorbeeld de dubbelstaart) en je hebt minder kans op missers. De vis kan zich enkel op die ene verleidelijk kronkelende staart storten. Bovendien is de enkelstaart vrij kort, zodat de vis in heel veel gevallen de haak gelijk in de bek heeft. U bent een andere mening toegedaan? Mag hoor. Wellicht heb ik de andere twister-uitvoeringen niet genoeg kans gegeven. Geprobeerd heb ik ht wel! Precies zoals voorgeschreven, dus: de kikkers op bijgeleverde haak en de wormen op een daarvoor gemaakt takeltje van twee enkele haken.

Kleuren

Twisters zijn er niet alleen in vele vormen, ook het aantal kleuren waarin ze worden geleverd bieden ons volop keuze. Kleur acht ik wel degelijk van belang. Bedenkt vooral dat kleur onder water, mits het niet te troebel is en de jig of twister nit te diep worden gevist (dan vervagen de kleuren snel) op de eetlust of agressie van de vis kan werken. Maar al te vaak is gebleken dat bijvoorbeeld een witte twister geen enkele aanbeet opleverde terwijl een groene of een rode dat wel deed. Voor sommige vissen, zeeforel in het bijzonder, kan het belangrijk zijn een kleur te kiezen gelijk aan de prooi waarop de vis jaagt. Wat dit betreft mogen we blij zijn dat er ook kleurcombinaties zijn zodat er altijd wel een geschikte kleur is te vinden.

Vissen met jig en twister

Voor ik met dit laatste stukje verder ga, eerst nog wat over het nog vrij onbekende kunstaas dat naar de naam Road Runner luistert. Eigenlijk is het niet meer dan een combinatie van jig/twister en spinblad. Net als de twister zijn er Road Runners in vele kleuren en gewichten. Mijn gewichtsvoorkeur kent u inmiddels. De meest vangende kleur of kleurcombinatie zult u zelf, net als voor de twister, moeten uitkiezen. Dat het boven de jigkop draaiende spinnerblad de roofvis prikkelt en dat de Road Runner vaak wel vangt als jig en twister het laten afweten hebben mijn vismaten en ikzelf al vele malen ondervonden. (Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat de duurdere Road Runner altijd beter vangt dan de jig of twister). 

Jig, twister of Road Runner kunnen op ongeveer gelijke manier worden gevist. Moeilijk is het vissen ermee niet, want meer dan uitwerpen en met korte doch felle tikken uit de top van de hengel binnendraaien, hoeft u niet te doen. Wat echter belangrijk is? Het juiste gewicht van de jigkop. Met spinners en pluggen hebben we rekening te houden met de weerstand die ze veroorzaken. Jig en twister hebben hiervan geen last. Van weerstand is nauwelijks sprake. Het ligt derhalve voor de hand om de hengel te belasten met het "ideale" werpvermogen. Fout! We moeten er toch rekening mee houden dat we het gewicht niet bij iedere tik op de hengel voelen bonken. Natuurlijk, het kunstaas mag best worden gevoeld op de hengel. Maar van zwaar bonken mag geen sprake zijn. Immers: een aanslag van de vis moet kunnen worden onderscheiden van de tik die we krijgen van ons kunstaas tijdens het binnenvissen. Naar de ervaring van veel regelmatige gebruikers van jig en twister lijkt het dat een jig of een twister die een gewicht heeft dat de helft van het werpvermogen van de hengel bedraagt het best op de hengel gevoeld wordt. Dat wil zeggen: er kan nog goed verschil worden gevoeld met het aantikken van bodemvuil, het lostikken van het kunstaas (wat vooral in een wat zachte bodem wel eens wat zwaar wil gaan) en de aanslag van een vis. En om dat laatste gaat het allemaal, nietwaar? 

Tip 1

Vis jig, twister of Road Runner altijd langzaam. Veel gebruikers vissen het veel te snel. Wanneer u per tik een halve slag nylon op de molen kunt spoelen doet u het net goed. Laat het kunstaas altijd even rusten (één of twee seconden is lang genoeg) voordat u de volgende tik geeft.

Tip 2

Pas het loodgewicht van jig of twister aan bij de diepte van het water. Wordt er in ondiep water gevist, dan kan een loodkopje van vijf gram al voldoende zijn. (Wist u dat snoekbaars in de zomer vaak op ondiep water kan huizen?). In diep water is het verstandig zware koppen te gebruiken. Bedenk dat op plekken waar bijvoorbeeld vijf meter of meer staat, de loodkop er lang over doet om de bodem te bereiken wanneer deze te licht is. Een kop van tien gram is dan echt niet teveel.

Tip 3

Wist u dat, vissend uit een boot, de jig of twister uitstekend driftend kan worden gevist? Laat de boot op de wind drijven en beweeg de hengel (alsof u met een pilker vist) op en neer. Geen bodem meer? Dan een paar meter lijn van de molen laten lopen. Slepen met twisterstaarten gaat ook uitstekend. Gebruik een paternostersysteem: onder aan de lijn een loodje met daarboven, op twee of drie zijlijntjes, twisters. De boot langzaam roeien is al wat u verder hoeft te doen. Vangt u met dit systeem vis, dan op de plaats halt houden en met een gewone twister met loodkop verder vissen.

Bertus Rozemeijer

Terug naar het begin van de pagina "archief jigs"  

 

Terug naar het hoofdstuk archief!

Terug naar de inhoudspagina!