G. Archief algemeen

Les in snoekbaarsvissen door Thomas Lont

Wonder op IJsselmeer door Cor van Heugten 

Over onsportief aas door Kees Ketting

 

 

 

 

 

 

 

 

Les in snoekbaarsvissen door Thomas Lont

Voor het maken van een artikel vraag ik meestal de medewerking van vrienden of bekenden. Elk van deze mensen heeft voorkeur voor een bepaalde vistechniek of vissoort. Die onderlinge verschillen laten zich als thema uitstekend in een artikel en begeleidende fotoreportage vastleggen. Voor de bijdrage van deze keer kreeg ik medewerking van de bekende Amsterdamse hengelsportwinkelier en snoekbaarsexpert Ed Kowski. Het leek mij een goed idee om van hem "les in snoekbaarsvissen" te krijgen. In de gesprekken die volgden kwam tot uitdrukking dat snoekbaarsvissers in twee categorieën te verdelen zijn. 1. De visvangers. Zij interesseren zich niet voor hengelsportmaterialen, tijdschriften of voorlichtingsdagen. Het gaat hen om de vis en die gaat altijd mee naar huis. Een bezoek aan de hengelsportzaak blijft beperkt tot een rolletje snoer, wat haken en 20 aasvisjes. 2. De specialisten. Voor deze groep is het vangen van veel- en/of grote snoekbaarzen ook belangrijk. Echter: de manier waarop dat gebeurt speelt hier een belangrijke rol. Zij lezen "alles" bezoeken elke voorlichtingsdag en besteden veel geld aan hun hobbie.

Je moet er wat voor over hebben

Ed heeft een vaste stelregel. Hij gaat, zomer en winter door, twee- à drie maal per week vissen. Meestal met vrienden, kennissen of klanten en deze keer dus met mij. Het was zondagmorgen rond de klok van 7.00 uur en ik reed op mijn bromfiets door het Vondelpark. Gelukkig was ik deze keer niet zo zwaar beladen. Ik had alleen 6 kilo foto-apparatuur om mijn nek hangen. De visspullen konden thuisblijven, want Ed zou voor alles zorgen. Voor alle duidelijkheid: hij heeft een hengelsportzaak genaamd "Zuid". Verkoopt bovendien goed gespeende spiering en blankvoorn. Rijdt in een Nissan Patrol en bezit tevens een zeewaardige Boston-Whaler-boot met Mercury B.B. motor op een trailer. Jaloers? Helemaal niet. "Ik steek mijn zuurverdiende geld in ander speelgoed," zei de fotograaf. Onderwijl arriveer ik bij de zaak en zie een karavaan bestaande uit auto's, boten en trailers klaar staan. "Zo, ik ben dus niet de enige." Eén van de mensen vraagt waar ik mijn trailer heb gelaten.... "Geinig, hoewel - geen verstand zullen we maar denken." We gaan op weg naar de Kagerplassen. Ons reisdoel is het Joppe, een plassengebied tussen Leiden, Sassenheim en Alphen a/d Rijn.

De persoonlijke voorkeur

Zelf gebruik ik 3.35 m lange en 1 à 1,25 lbs zware snoekbaarshengels. Daarop komen kleinere (type 030) conventionele modellen werpmolens. Ik vis slepend en met een schuifpen. Ed Kowski daarentegen zweert trouw aan zijn ultra-lichte carbon eigenbouw hengels. Deze hebben een lengte van 2.70 m en een testcurve van 0,75 lbs. Hierop plaatst hij ABU-506 molens of gelijkwaardige modellen met halfoverkappende spoel. Zijn gebruikt een actief of passief schuifpen systeem. De onderlinge verschillen in de materiaalkeuze heeft veel met de persoonlijke voorkeur te maken. Ed wil in zijn schaarse vrije uren graag veel - en als het even kan ook grote snoekbaars vangen. Door licht te vissen en veel te verkassen nemen de vangstkansen toe. Zeker als er, zoals hier, van een visvinder gebruik gemaakt wordt. Mijn benadering is wat bedachtzamer. Ik vis wat zwaarder, meestal in 15 à 20 m diep water en richt mij dan op grotere snoekbaarzen. Ik kan soms dagenlang op een plas zitten en meter voor meter een bepaald gebied uitkammen. Het enige hulpmiddel is een lang koord met een peillood. Wat de uitrusting betreft laat Ed niets aan het toeval over. In de boot liggen vier hengels met even zoveel molens (hij vist volgens de wet met maximaal 2 hengels). Verder zie ik grote materiaaldozen, warme kleding, regenkleding en twee emmers met spiering en blankvoorn. Alles tot in de puntjes verzorgd. Voorzien van een dergelijke uitrusting zou ik gemakkelijk een hele week weg kunnen blijven... De stilzwijgende vismaat heet Lowrange X40. Hij zegt niets maar loodst ons ondertussen wel naar de beste stekken.

Op de vingers gekeken

Ed heeft inmiddels één van zijn graphite rapiertjes gepakt en wijst op de verveloze ABU-506. "Dat was nog eens kwaliteit!" Om de superlichte actie te demonstreren buigt Ed het stokje tot een hoela-hoep. (Uitslover!). Het optuigen gaat als volgt. Eerst zet hij een dun garenstuitje op de lijn. Dan schuift hij een 3 mm klein plastic kraaltje op het nylon; dit voorkomt dat het stuitje in het schuifpenoogje blijft steken. Vervolgens worden een lange Kowski-Special schuifpen, een Mustad 496 Stilettohaak nr. 2 en enkele grote loodhagels gemonteerd. Nu zet Ed twee spierinkjes aan de haak en stelt zijn stuitje op de waterdiepte af. We liggen op een plek waar het acht meter diep is. Het beste kan men 15 tot 20 meter ver inwerpen, wachten tot de schuifpen gaat staan en dan het aas met kleine rukjes naar de boot toe vissen. Deze handeling moet uiterst langzaam gebeuren. Probeer het hele areaal rond de boot af te vissen. Het gebruik van twee aasvisjes is met een tros maden of wormen te vergelijken. Hoe meer beweging, des te aantrekkelijker het aas voor de snoekbaars is. Wellicht ten overvloede: jaarlijks worden vele miljoenen vissen geboren die volgens de natuur als aas voor andere vissen bestemd zijn.

Om te onthouden

Vis op een snoekbaarsstek, als de vangsten uitblijven, afwisselend met levend aas, dood aas en kunstaas. Ga altijd vissen. Het weerbericht slaat de plank nog wel eens mis. Maar... ga nooit met een waarschuwing voor storm het water op, want dat kan levensgevaarlijk zijn. Neem verhalen of geruchten van anderen altijd met een korreltje zout; zij vangen immers altijd meer en grotere snoekbaarzen. Zorg dat de ankers goed geplaatst zijn en controleer de touwen op de landvasten. Deel lief en leed met een goede vismaat. Check voor vertrek nauwkeurig alle hengelsportmaterialen. Bestel levend aas vroegtijdig bij de winkelier. Gok er niet op de visjes zelf nog even gauw te kunnen vangen. Controleer het zuurstofpompje (een reserve exemplaar is nooit weg); denk ook aan extra batterijen. Om visjes uit een bun te scheppen hebben we een klein schepnetje nodig. Een plastic tasje is gemakkelijk om afval in te stoppen (altijd mee naar huis nemen en daar pas weggooien). Met plastic vuilniszakken kunnen we de vis of fotospullen tegen regen beschermen. Als er met twee hengels gevist mag worden, tuig er dan één met een schuifpensysteem op en de andere met een sleeploodje. Dood aas wordt voor snoekbaars extra aantrekkelijk als men het visje kneust en met Berkley-Strike insmeert. Vernieuw de nylonlijnen regelmatig, ze slijten en verouderen snel.

Vingeroefeningen

Gestommel achter mijn rug wijst erop dat Ed in actie is gekomen. Veiligheidshalve verplaats ik mijn gewicht naar het midden van de boot. Kijk, voor wie het nog niet weet... Ed is qua lichaamsomvang ruim aan de maat, en ik heb geen zin om uit een topzware boot in het ijskoude water te verdwijnen. Vandaar mijn strategische verplaatsing. Het blijkt dat ik clichés als "hoepelrond bonkend carbon en rokende slipschijven", wel achterwege kan laten. Evenals de superlatieven "enorm, geweldig en fantastisch". Ed ving een snoekbaarsje van hooguit 40 cm. Om een lang verhaal kort te houden: zo vingen we er nog een paar, dus werd het tijd om te verkassen. En nu zal ik ondertussen nog wat tips doorgeven.

Leuk om te weten

's Zomers is de snoekbaars goed in ondiep water te vangen. Vooral 's morgens vroeg en 's avonds laat, dicht onder de kant. 's Winters zoeken we de kille rovers op diep water. Vooral boven puinstorten, voor sluizen en bij elektriciteitscentrales liggen dan goede stekken. Probeer de bodem van een water in kaart te brengen. Gebruik hiervoor een visvinder, dieptemeter of peillood. Door het overdreven beschermingsbeleid zitten we thans met enorme meeuwen- en meerkoetenkolonies. En jaarlijks nemen die nog steeds in aantallen toe. Kijk dus uit met inwerpen van het aasvisje en hou rekening met die gevederde liefhebbers. Verdeel de loodhagels wat verder uit elkaar over de lijn,. Als uw haak aan de bodem vast raakt zal de lijn vaak dicht bij de haak breken. In dat geval hoeft de pen niet verspeeld te worden, omdat hij op een loodje blijft hangen. Werp na lijnbreuk en het verspelen van de pen een stukje piepschuim of lichtkleurig karton (vanzelfsprekend aan een stukje nylon, met daaraan een loodje, tegen het wegdrijven) bij de pen. Later kan deze bij het ophalen sneller opgespoord worden. Stop (ook als u niet rookt) altijd een aansteker in de zak. Er zijn legio voorbeelden te bedenken waarbij we vuur nodig hebben. Tot slot nog een hengelsparende tip: schuif nooit het stuitje domweg langs de lijn, want de hengeltop kan door het schokken breken. Pak de nylonlijn met één hand vast en verschuif met de andere hand het stuitje.

Wie zoekt zal vinden

Na verschillende keren verkassen was het dan toch eindelijk raak. We vingen op de laatst beviste plek regelmatig kleine snoekbaarzen, maar af en toe liep er gelukkig ook een knappe tussendoor. Wat de visvinder betreft, ik ben nog niet overtuigd. Soms bleef het scherm leeg en vingen we daar toch snoekbaars. Anderzijds gaf het scherm wolken vis aan en vingen we daar niets (kan ook brasem of voorn geweest zijn). Ook verschenen er totaal onverklaarbare indicaties op het scherm. Wellicht waren dit turbulenties of warme stromingen? Ik weet het niet. Voor mij staat wel vast dat een Lowrange visvinder een handig hulpmiddel is. Maar ... een gedegen cursus voor het gebruik in de praktijk is beslist noodzakelijk. De beste visvinder bleek in dit geval toch Ed Kowski te zijn. Deels uit ervaring en deels vanuit een extra zintuig, koerste hij op de betere plekken af. Dat kon geen toeval zijn. In ieder geval was hij ook vindingrijker dan de computer (en een stuk vrolijker). Wie zich daarvan wil overtuigen moet maar eens bij hem langs gaan. "En als je geluk hebt, mag je mee vissen".

 

Terug naar het begin van de pagina "archief algemeen"

Wonder op IJsselmeer door Cor van Heugten

In de loop van december 1989 zijn op het IJsselmeer eenzomerige snoekbaarsjes van meer dan 20 cm gemeten. Het is een overtuigend bewijs dat de mooie zomer 1989 op vele binnenwateren voor een ongekend sterke jaarklasse snoekbaars en baars heeft gezorgd. Deze broedexplosie van de snoekbaars op het IJsselmeer overtreft zelfs de onvergetelijke lichting 1969, die begin 1970 (dus ook als eenzomerige snoekbaars) gemiddels 17 tot 18 cm lang was. Eind 1990 kan deze veelbelovende jaarklasse 1989 al de wettelijke maat van 42 cm bereiken. Onder normale weers- en voedselomstandigheden zou deze snoekbaars pas aan het einde van de zomer 1991 de wettelijke consumptiemaat hebben bereikt. Het is goed nieuws voor de sport- en beroepsvissers, al hebben RIVO-biologen (bijv. Drs. Dekker), nog geen volledige kijk op de jonge snoekbaars- en baarsstand in andere binnenwateren. 

De sterke jaarklas snoekbaars 1989 komt voor het zwaar overbeviste IJsselmeer als geroepen. Het afgelopen jaar zijn voor het IJsselmeer harde afspraken met de beroepsvisserij gemaakt voor een fikse sanering van het aantal schietfuiken, maaswijdten en het toekomstige beheer van de aal-, snoekbaars- en baarsstand. De komende jaren kan de sterke jaarklas 1989 dus de basis leggen voor een herstel van de paaistand van de snoekbaars, die vanuit het IJsselmeer ook vele andere binnenwateren rond de oude Zuiderzee kan verbeteren. Bij goede controle op de afgesproken beheersmaatregelen, kan het IJsselmeer in de negentiger jaren weer een echt sportvissersdorado worden. Het is wel zaak dat in de komende jaren zoveel mogelijk oudere snoekbaarzen de kans krijgen aan het paaiproces deel te nemen.

Een zesjarige snoekbaars levert zeker acht maal zoveel eieren als een drie-jarige. Bij voldoende discipline door de beroepsvissers kan een sterke paaistand snoekbaars (en baars) uit de jaarklas 1989 dus voor een reeks van jaren een economisch beheer en een sportieve exploitatie van het IJsselmeer veilig stellen. Een jaarklasse snoekbaars staat of valt met het zomerweer en het aanwezig voedsel. Onder ongunstige weersomstandigheden haalt eenzomerige snoekbaars soms de 10 cm niet eens. Tussen 1986 en 1989 lag de gemiddelde lengte van de eenjarigen op 13 tot 14 cm. De "tropische" jaarklas 1989 met enorme aantallen snoekbaarzen die in de nazomer van 1990 al de wettelijke maat krijgen, wordt dus een knaller

 

Terug naar het begin van de pagina "archief algemeen"

Over onsportief aas door Kees Ketting

Deze maand wil ik het eens met u hebben over aassoorten. Geen paniek, want ik ben beslist niet van plan diep in karper-azen te duiken, noch in het assortiment kunstvliegen; evenmin zal ik ingaan op het ridicule aantal plugs en spinners en twisters waarmee men ons heden ten dage nog net niet doodgooit, al scheelt het niet veel.

Om te beginnen wil ik in dit verband eens kwijt dat het vissen tegenwoordig wat die aassoorten betreft zo verdomd ingewikkeld is geworden. Weet u nog waarmee we vroeger visten, zo'n dertig jaar geleden? Inderdaad: u, of anders uw vader of die oom die u de KUNST van het hengelen bijbracht, gebruikte een worm, een stukkie deeg, een brokje pieper, een pluim, of een visje. En daarmee was 't wel bekeken. Over vissen werd toen beslist niet zo moeilijk gedaan als nu. We worden immers ondergesneeuwd met allerlei aassoorten, iedere dag nieuwe, iedere week nog betere, iedere maand een nog groter assortiment? Maar zeg eens eerlijk: vangen we er meer mee dan vroeger?

Verbieden

Nu een schijnbare tegenstelling of paradox. Hoewel het aanbod voor wat betreft zaken die we "op de haak kunnen zetten" sterk toeneemt, is een aantal aassoorten soms verboden. Denk maar eens aan bloedwormpjes, Franse tappen, zachte krab, kunstaas, slikzagertjes, enzovoort. Dit verbieden geschiedt niet door de wetgever, maar soms door bestuurders van hengelsportverenigingen of organisatoren van wedstrijden. Dat is uiteraard, ik haast me dit te stellen, hun goed recht. Er zijn nu eenmaal overwegingen om bepaalde aassoorten uit te sluiten of op bepaalde wateren niet toe te staan. Dat kan zijn om milieuredenen (gekleurde maden), omdat de verhuurder van het viswater dat dwingend voorschrijft, maar ook omdat mede-hengelaars daarom vragen. Het moet alleen nooit zo zijn dat aassoorten worden verboden omdat ze (te) goed vangen, want dat is natuurlijk een krankjoreme redenatie. Het is immers de bedoeling je haak te beazen met iets waarin de vis geacht wordt goesting te hebben? Geen normaal mens gaat brasemen met een radijsje, een snoeker met een aker vol wine-gums zag ik nimmer en zeevissers die hun paternoster voorzien van beukennootjes, salmiakdrop of jonge veldmuizen zijn uiterst schaars. Men aast met datgene waarop vis verzot is. Punt uit.

Helaas gaat bovenstaande redenering sommige regelgevers blijkbaar iets boven de pet, zodat zij verboden instellen waar u en ik niet mee uit de voeten kunnen. Ze doen een en ander evenwel altijd. Ik wees hier al eens op doch een herhaling kan geen kwaad, zoals Hilversum ons ieder zomer wederom aantoont-, onder opgave van zeer nobele motieven, waarvan een veelgebruikte steevast is: niet alle vissers kunnen het onderhavige (verboden) aas bemachtigen, of betalen. En dan volgt een drogreden van de allerbovenste plank, rijkelijk overgoten met een nobel sausje: EN OM IEDEREEN GELIJKE KANSEN TE GEVEN, VERBIEDEN WE DAT AAS. Onzin in 't kwadraat. Want al hebben wij er natuurlijk alle begrip voor dat er hengelaars zijn die niet voldoende (geld)middelen hebben om aan alle goede aassoorten te kunnen komen, NIET HET AAS VANGT, DOCH DEGENEN DIE ER ZICH VAN BEDIENT!

Vrijwillig

Tot zover aasbeperkingen, ons opgelegd door lieden die wij zelf (sic) gekozen hebben. Er bestaan ook nog eens beperkingen op aasgebied die vissers zichzelf opleggen, geheel vrijwillig dus. Ik doel op hengelaars die bijvoorbeeld niet met levend aas wensen te vissen, maar alleen met kunstaas, of op vissers dit 't  spinnen op forel afwijzen, en deze rovende rakkers alleen wensen te belagen met de kunstvlieg, etc. Een schoolvoorbeeld is in dit verband ook de ruisvoornvisserij, waarbij een rode rijer gevangen op de vlieg vaak hoger wordt aangeslagen dan een ruisvoorn gepakt op een trosje maden, een vette mestpier ("waarom kronkelt u toch zo?) of een plukje kruim uit een dwarsgebakken knip. En als de gebruikte vlieg "droog" was, acht men dit weer beter of mooier dan wanneer het om een natte vlieg ging. Of om een nimf.

Is een en ander terecht? Ik geloof van wel. Iets wat moeilijk is dient met nu eenmaal hoger aan te slaan dan iets wat met geringe inspanning kan worden verwezenlijkt. Op de Mount Everest staan betekent pas iets wanneer je die top al klimmend hebt bereikt, liefst zonder extra zuurstof - niet als een helikopter je er na een halfuurtje vliegen neerplantte. Een visvoorbeeld: niemand zal kunnen ontkennen dat het verleiden van een joekel van een baars met behulp van een minispinnertje en 12/00 een ietsiepietsie meer techniek en tactiek, kennis en kunde vereist dan het vangen van een kanjerbaas met behulp van een telescoopstok, 30/00 en een dreg met daarop een levend voorntje dat zichzelf kittig adverteert als eenhapscracker van de week.

Hoe staat het in dit verband met vissen, die NIET worden teruggezet - om vissen dus, kortweg, die gevangen worden voor de pot? Is het ook dan van belang met wat voor soort aas men vist? Laten we eens met z'n tweeën gaan snoekbaarzen, u en ik. U zet een levend visje in, een spinhengel en een werpmolen, en ik zei de gek trek ten strijde met een baitcaster, een werpreel en een zinkende plug, een joekel zoals een ABU Hi-Lo of zo'n RAPALA Sliver. (Glasogen zijn niet echt bang voor een ferme hap). En zoals 't hoort: beiden vangen we een fraaie snoekbaars, en beiden laten we de priest zijn werk doen - thuis staat de pan al op het vuur. Maakt het dan nog wat uit hoe die snoekbaarzen werden gevangen? En waarmee? Inderdaad: dit maakt voor die glasogen geen fluit uit. MAAR VOOR MIJ WEL.

Criterium

En juist deze overweging vormt het criterium bij de keuze van het aas, de techniek en de taktiek die een sportvisser toepast en bij de soort materialen die hij gebruikt. Vissen vangen is leuk, plezant en aardig, en hoe meer en hoe groter, hoe liever, maar die vissen moeten dan wel worden verschalkt op een manier die de hengelaar aanspreekt, met een methode die hem ligt en waarvan hij geniet. Is dat niet het geval, dan is er eigenlijk geen sprake meer van sportvisserij, of hengelen, maar van het domweg bemachtigen van vis. En dan kan men in principe net zo goed handgranaten gebruiken, of vergif, of fuiken, of repen. Ik hoop van harte dat u het met deze redenatie voor 100% eens bent. N.B. En zo niet - u kent mijn adres.

 

 

 

Terug naar het begin van de pagina "archief algemeen"

Terug naar het hoofdstuk archief

Terug naar de inhoudspagina